Vijf vragen aan staatssecretaris Frans Weekers

Vijf vragen aan staatssecretaris Frans Weekers

10 januari 2012
Geert de Vries werkzaam bij Copyplatform

‘Koersvast in onzekere tijden’. Onder dat motto presenteerde het kabinet-Rutte op Prinsjesdag de Miljoenennota 2012. In het bijbehorende Belastingplan 2012 worden diverse maatregelen aangekondigd die direct effect hebben op de ondernemer/ZZP’er en zijn pensioen. Wat is de koers van het kabinet? Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën geeft antwoord op vijf vragen.

Pensioenopbouw ZZP'ers 

Hoe gaat u dit oplossen?
Zoals in februari al was aangekondigd, wordt de maximale termijn voor de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies per 1 januari 2012 verlengd van drie naar tien jaar. Goed nieuws voor ZZP’ers, maar praktisch zijn er de nodige haken en ogen:

  • Slechts een beperkt aantal pensioenfondsen accepteert vrijwillige voortzetting.
  • Vrijwillige voortzetting is feitelijk alleen interessant voor starters van 45 jaar en ouder; voor jongere starters zijn de fiscale voordelen te beperkt.
  • Bij voortzetting van het bedrijfspensioen moeten ZZP’ers zowel het werknemers- als werkgeversdeel zelf betalen, en dat is in veel gevallen niet op te brengen.
  • Pensioenregelingen zijn niet flexibel genoeg om aan te sluiten bij de praktijk van het zelfstandig ondernemerschap.

Frans Weekers: ‘Door het mogelijk te maken pen­sioenpremies tien in plaats van drie jaar te kunnen aftrekken, heb ik een belangrijke fiscale belemmering weggenomen. Deze maatregel is vooral interessant voor ZZP’ers die na bij een baas gewerkt te hebben en een pensioen te hebben opgebouwd, besluiten voor zichzelf te beginnen. Je mag dan nog tien jaar doorsparen voor een oudedagsvoorziening bij je oude pensioenfonds. Dat kan uiteraard alleen als de reglementen van het betreffende pensioenfonds dat toestaan. Ik kan het pen­sioenfondsen niet verplichten de vrijwillige voortzetting aan te bieden. Zie deze maatregel dan ook als een open uitnodiging vanuit het kabinet aan de pensioenfondsen om dit mogelijk te maken. Zie het ook als een handrei­king om bij je eigen pensioenfonds aan te kloppen om het te regelen. Uiteraard is het interessanter gebruik te maken van de vrijwillige voortzetting als je al een wat langer arbeidsverleden hebt. Maar laten we wel wezen: het opzetten van een eigen bedrijf is iemands eigen keuze. Als liberaal vind ik dat je, en dat geldt ook voor ZZP’ers, je eigen broek op moet kunnen houden. Wat ik kan doen is bestaande fiscale belemmeringen wegnemen waarmee ik zelfstandig ondernemerschap aanmoedig. Ik ben er echter nadrukkelijk niet om pen­sioenen te regelen. De vraag of vrijwillige voortzetting voordelig is, hangt dan ook van iemands individuele situatie. Verder is het natuurlijk zo dat elke ZZP’er ervoor kan kiezen om binnen de bestaande kaders een lijfrente te sluiten.’

Een groot aantal ZZP’ers blijft voor hun pensioenopbouw aangewezen op de derde pijler. Diverse belangenorganisaties (PZO, FNV Zelfstandigen, ZZP Nederland) pleiten ervoor om de fiscale regels te verbeteren, zodat pensioenvoorzieningen mogelijk zijn die gelijkenis vertonen met tweedepijlerpensioenen voor werknemers. Wat is uw mening?

Frans Weekers: ‘Het klopt dat er verschillen zijn in de vormgeving van de tweede en derde pijler. Wel komen de opbouwruimten in de tweede en derde pijler op life-time basis grosso modo met elkaar overeen. Ik hoor graag tegen welke fiscale belemmeringen ZZP’ers aanlopen bij hun pensioenopbouw en sta open voor sug­gesties om het systeem verder te verbeteren. Uiteraard binnen de financiële ruimte en de bestaande kaders. Los van de mogelijke hindernissen in de fiscaliteit is het zo dat veel ZZP’ers zich te weinig bewust zijn van hun pensioen; er wordt te weinig gebruik gemaakt van de bestaande mogelijkheden in de derde pijler. Het kabinet bekijkt op dit moment onder leiding van minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waar de knelpunten zitten.’

Bent u voorstander van een eigen pensioenfonds voor ZZP’ers, met een fluctuerende premie in verband met hun fluctuerende inkomsten? Kan een Premie Pensioen Instelling (PPI) uitkomst bieden?

Frans Weekers: ‘Dé ZZP’er bestaat niet. Er zijn zoveel verschillende uitingsvormen van zelfstandig ondernemer­schap, van schilder, consultant en advocaat tot freelance journalist. Eén pensioenfonds voor ‘de’ ZZP’er zie ik dan ook niet zitten. Wel zou ik het toejuichen als er initiatieven ontstaan om tot meer pensioenbewustzijn te komen bij ZZP’ers die zich met elkaar verbonden voelen. En ik herhaal het nog maar een keer: ik sta open als men tegen fiscale knelpunten aanloopt. Daarnaast is, zoals ik al zei, minister Kamp bezig met onderzoek naar het gebrek aan pensioenopbouw door ZZP’ers. Daar kan ik niet op vooruitlopen. Als georganiseerde ZZP’ers daar de voorkeur aan geven, kunnen zij natuurlijk gebruikmaken van de PPI als uitvoerder. De PPI is immers één van de fiscaal toegelaten pensioenaanbieders.’

Oudedagsreserve/pensioenopbouw eigen beheer

In het kader van de ‘Brede Heroverwegingen’ heeft het kabinet in april 2010 twintig rapporten aangeboden aan de Tweede Kamer. Rapport 16 ‘Uitvoering belasting en premieheffing’ bepleit de invoering van één generieke ondernemersfaciliteit, waarbij alle bestaande fiscale faciliteiten, waaronder de oudedagsreserve (IB-ondernemers) en de pensioenopbouw in eigen beheer (dga’s), worden afgeschaft. In de Miljoenennota 2012 is hierover niets terug te vinden. Uitstel of afstel?

Frans Weekers: ‘De fiscale oudedagsreserve (FOR) en pensioen in eigen beheer zijn fiscale faciliteiten die een tweeledig doel dienen. Enerzijds hebben ze betrekking op de vorming van een fiscale oudedagsvoorziening. Anderzijds wordt met de faciliteiten een belangrijke financieringsfunctie voor de ondernemers gediend. Uiteraard ken ik het Brede Heroverwegingenrapport 16 en ook het advies daaruit om te komen tot één generieke ondernemersfaciliteit. Ik ben daar een groot voorstander van. In mijn Fiscale agenda heb daarom al opgemerkt dat er nu te veel faciliteiten zijn voor IB-ondernemers, zodat het ondoenlijk is te zien wat je overhoudt van een euro winst. Graag ga ik met een stofkam door de bestaande regelingen zodat je op termijn wel in één oogopslag kunt zien wat je overhoudt van iedere euro winst. Dat zou kunnen met de door mij beoogde winstbox, zeg maar een soort vlaktaks voor ondernemers. We zetten daar nu de plussen en minnen van op een rij. De eerste stap richting een winstbox heb ik overigens nu gezet in het Belastingplan 2012, met het voorstel te komen tot een basisaftrek voor zelfstandigen. Die vervangt het huidige systeem met acht schijven.’

Levensloop/vitaliteitsregeling

In het Belastingplan 2012 stelt het kabinet voor in 2013 een nieuwe spaarfaciliteit te introduceren: het vitaliteitssparen. De levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. Wat houdt de nieuwe vitaliteitsregeling in? En staat zij ook open voor ondernemers/ZZP’ers?

Frans Weekers: ‘Niet alleen werknemers, maar ook zelfstandigen kunnen meedoen aan het vitaliteitssparen. Het wordt namelijk een regeling in de inkomstenbelasting. Ook ondernemers en ZZP’ers komen dus voor de regeling in aanmerking en kunnen daarmee fiscaal aantrekkelijk een inkomensbuffer opbouwen. Het vitaliteits­sparen is bij uitstek geschikt voor ZZP’ers doordat er jaarlijks maximaal €5.000 gespaard kan worden met een totaal maximum van €20.000. In een goed jaar kan fiscaal aantrekkelijk gestort worden; de stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1. Er wordt pas belasting geheven bij de opname van het tegoed. Zo kan een appeltje voor de dorst gecreëerd worden. In een slechter jaar is het opgebouwde spaarpotje naar eigen inzicht te besteden. Het fiscale voordeel is het grootst bij opname van het tegoed in een periode van inkomensachteruitgang. Denk bijvoorbeeld aan een ZZP‘er die in een wat slechter jaar vitaliteitssparen gebruikt ter aanvulling van zijn inkomen. Of een werknemer die onbetaald verlof opneemt voor scholing of zorg en deze verlofperiode (gedeeltelijk) financieel overbrugt met uitkeringen uit vitaliteitssparen. Ook inkomensachteruitgang door demotie, deeltijdpensioen of bij het opzetten van een eigen bedrijf kan (gedeeltelijk) worden opgevangen. Een extra voordeel van deze nieuwe regeling die vanaf 2013 het leven ziet, is dat het (forfaitaire) rendement over het opgebouwde tegoed niet belast wordt in box 3. Het gespaarde geld mag ook gebruikt worden om met deeltijdpensioen te gaan.’

Wie is Frans Weekers?

Mr.drs. Frans Hubertus Henricus Weekers (Weert, 17 oktober 1967) is sinds 14 oktober 2010 staatssecretaris van Financiën in het kabinet-Rutte-Verhagen. Hij studeerde financiële economie en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij werkte als advocaat en procureur in Weert. In 1998 werd Weekers Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij was onder meer woordvoerder op het terrein van sociale zaken en financiën. Na zijn eerste periode als Kamerlid keerde Weekers in 2002 terug naar de advocatuur, om dat vanaf juni 2003 weer te combineren met het Tweede Kamerlidmaatschap. Naast zijn Kamerlidmaatschap was Weekers van april 1994 tot juni 2003 lid van de gemeenteraad van Weert. Vanaf 2003 was hij voorzitter van MKB Limburg. Frans Weekers heeft drie dochters en woont in Weert.

Dit interview is eerder verschenen in Update van Zwitserleven.