Nettopensioen en de 100%-grens

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst (CAP) heeft recent antwoord gegeven op een door Fiscale Zaken van VIVAT gestelde vraag over het overschrijden van de 100%-grens van nettopensioen.

Nettopensioen kan worden opgebouwd over het loon boven € 101.519 (2016).
Het CAP geeft aan dat voor het netto-ouderdomspensioen geen absolute grens geldt van een in 40 jaar op te bouwen pensioen ter grootte van 75% van het gemiddelde bedrag boven € 101.519 (artikel 18ga Wet LB). Als er sprake is van goede resultaten op beleggingen kan op de pensioeningangsdatum met het beschikbare kapitaal een netto-ouderdomspensioen worden aangekocht van meer dan 100% van het gemiddelde bedrag boven de grens van € 101.519 (vermenigvuldigd met de nettofactor). Dit geldt alleen als in de nettopensioenregeling een premiestaffel is gehanteerd op basis van een rekenrente van 4%.
Is een premiestaffel gehanteerd op basis van een rekenrente van 3%? Dan geldt wel een uitkeringsbegrenzing. Het netto-ouderdomspensioen mag in dat geval niet meer bedragen dan 100%. Deze uitkeringsbegrenzing vloeit voort uit de in het besluit van 17 december 2014, nr. BLKB 2014/2132M in bijlage IV opgenomen voorwaarden, die van overeenkomstige toepassing zijn verklaard op de in bijlage VII opgenomen 3%-staffel. Volgens het besluit komt het meerdere toe aan de pensioenuitvoerder. De uitkeringsbegrenzing moet in de nettopensioenregeling zijn opgenomen.

Noot:

Het antwoord van het CAP is duidelijk. Toch past er wel een kanttekening bij. Nettopensioen wordt per definitie volledig betaald uit het nettoloon van een werknemer. Het is dan zeker niet eenvoudig aan een werknemer uit te leggen dat bij een goed beleggingsresultaat een uitkeringsbegrenzing bij een 3%-rekenrentestaffel van toepassing zou moeten zijn. Wellicht dat het op Prinsjesdag 2015 aangekondigde onderzoek naar het mogelijke afschaffen van de bovenmatigheidstoets op afzienbare termijn soelaas gaat bieden.