Pensioen kan niet voor 50% worden toegedeeld aan echtgenote

Een man ontvangt pensioen van een pensioenfonds. De man is van mening dat zijn pensioen voor 50 % kan worden toegedeeld aan hemzelf en voor 50 % aan zijn echtgenote. Daarom maakt hij bezwaar tegen zijn aanslag inkomstenbelasting 2016 en verzoekt hij om ambtshalve herziening van de aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2012 tot en met 2015.De man tekent beroep aan tegen de afwijzing van het bezwaarschrift en het verzoek.Ter onderbouwing stelt de man dat het pensioen in de algehele gemeenschap van goederen valt en dat het is opgebouwd uit premies die zijn ingehouden op zijn loon en daarmee ten laste van die gemeenschap zijn gekomen. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat de Wet IB 2001 zelfstandige regels voor de toerekening kent. Pensioeninkomsten worden belast bij degene die dat pensioen heeft opgebouwd en het pensioen ontvangt.De rechtbank haalt de artikelen 3.81 van de wet IB 2001, artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 2.17 van de wet IB 2001 aan. De rechtbank overweegt dat op grond van die bepalingen pensioenuitkeringen worden toegerekend aan degene door wie die inkomsten zijn verworven en genoten.De rechtbank stelt vast dat de man het pensioen heeft opgebouwd in het kader van zijn dienstbetrekking en dat het pensioen ook aan hem wordt uitgekeerd. De Belastingdienst heeft op goede grond het pensioen volledig aan de man toegerekend.Het beroep van de man wordt ongegrond verklaard.(Rechtbank Noord-Nederland, 20 december 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:5343)

Noot:

De Wet IB 2001 kent enkele bepalingen waardoor echtgenoten en partners inkomensbestanddelen kunnen verdelen dan wel samenvoegen. Denk bijvoorbeeld aan de inkomsten uit de eigen woning of vermogensbestanddelen in box 3. Maar dat zijn uitzonderingen op de hoofdregel dat ‘inkomensbestanddelen van de belastingplichtige en zijn partner […] in aanmerking [worden] genomen bij degene door wie de inkomensbestanddelen zijn genoten’ (artikel 2.17, lid 1 Wet IB 2001). Oftewel: inkomen wordt individueel belast (tenzij er een specifieke uitzonderingsbepaling geldt; die zijn opgenomen in de volgende leden van artikel 2.17).(september 2019)