Een man is in loondienst bij een werkgever. In 2006 raakt de man in coma. Alle werknemers van de werkgever ontvangen op grond van een sociaal akkoord eind 2007 een aanbod om deel te nemen aan een verzekering voor een Anw-hiaatpensioen vanuit het bedrijfspensioenfonds. De echtgenote van de man meldt haar man in december 2007 aan voor deelname. Het dienstverband van de man bij de werkgever eindigt in 2008. Vanwege bijzondere omstandigheden accepteert het pensioenfonds in 2009 met terugwerkende kracht alsnog de aanmelding van de man bij het pensioenfonds voor de Anw-hiaatverzekering. In 2016 overlijdt de man.
Vanaf april 2016 ontvangt de weduwe onder meer een Anw-uitkering van het pensioenfonds.
In de aangifte inkomstenbelasting 2022 brengt de vrouw de uitkering van de Anw-hiaatverzekering als negatief loon in mindering op de totale uitkering van het pensioenfonds. Uit de correspondentie tussen de gemachtigde van de vrouw en de Belastingdienst blijkt dat geen sprake is van negatief loon, maar dat zij zich op het standpunt stelt dat de uitkering uit de Anw-hiaatverzekering onbelast moet blijven omdat de premie voor deze verzekering niet voor aftrek in aanmerking kwam.
Bij het opleggen van de definitieve aanslag neemt de inspecteur de uitkering uit de Anw-hiaatverzekering mee als loon uit vroegere dienstbetrekking. Na afwijzing van het bezwaar van de vrouw, wordt de casus voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het bedrag uit de Anw-hiaatverzekering terecht als belastbaar inkomen uit werk en woning heeft aangemerkt. Het beroep is daarom ongegrond.
De rechtbank motiveert dat het causale verband tussen de uitkering en de vroegere dienstbetrekking aanwezig is. Er zijn diverse omstandigheden die maken dat sprake is van een voldoende causaal verband met de dienstbetrekking:
- De werkgever was betrokken bij het aanbod door het sociaal akkoord tussen de vakbonden en de werkgever.
- De man is met terugwerkende kracht hetzelfde behandeld als de werknemers die meegenomen zijn via de reguliere procedure.
- De aanspraak is ontstaan binnen de context van het dienstverband
- De totstandkoming van de verzekering is op bepaalde punten de echtgenoot anders verlopen dan bij de overige werknemers; bovendien was de werkgever niet (meer) actief betrokken bij de individuele afhandeling. Dit leidt er volgens de rechtbank niet toe dat het causaal verband is verbroken. Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Bij de overige werknemers heeft de premiebetaling wel via het loon plaatsgevonden. Bij de echtgenoot was dit niet meer mogelijk.
Tot slot overweegt de rechtbank dat “alle uitkeringen die voortvloeien uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7 van de Wet IB 2001 worden belast als periodieke uitkeringen, ook als het gaat om een vrijwillige aanvulling op een basispensioenregeling.”
(Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 maart 2026, nr. 24/8089, ECLI:NL:RBZWB:2026:2034)
(april 2026)