Woonlastenbeschermers

Woonlastenbeschermers

6 oktober 2011
mr. Jasper Commandeur werkzaam bij Fiscale Zaken SNS REAAL

Woonlastenverzekeringen zijn vaak in het nieuws. Meestal negatief. In september nog werd een adviseur beboet vanwege een advies over een woonlastenverzekering. De adviseur had geen motivering voor de geadviseerde verzekering in het dossier gedaan. En ook geen rekening gehouden met de fiscale aspecten. Beide zijn noodzakelijk om achteraf aan te kunnen tonen dat de klant een juist en passend advies heeft gekregen. ‘Maar over de fiscaliteit van woonlastenverzekering valt toch weinig te zeggen?’, denkt u misschien. Nou ja, weinig is een rekbaar begrip. De klant zal in ieder geval moeten weten of hij de uitkering vrij besteedbaar ontvangt of dat er nog belasting van af gaat. En of de premie aftrekbaar is. Daarnaast is het goed om te weten hoe de Belastingdienst tegen meefinancieren van een koopsom aankijkt. In dit artikel zal ik stilstaan bij die fiscale aspecten waarvan ik denk dat ze in een goed advies niet mogen ontbreken.

Belastingheffing

In de belastingwetgeving zult u de begrippen woonlastenverzekering of betalingsbeschermer niet tegenkomen. Om de vraag te kunnen beantwoorden of de klant inkomstenbelasting verschuldigd is, zult u eerst de betreffende verzekering moeten ontleden in de verschillende onderdelen. Meestal voorziet een woonlastenverzekering in een uitkering bij arbeidsongeschiktheid en/of een uitkering bij werkloosheid.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering

1. Periodieke uitkeringen box 1

De premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) die recht geeft op periodieke uitkeringen ten behoeve van de verzekeringnemer zelf is onbeperkt aftrekbaar in box 1 van de inkomstenbelasting. De belo¬ning die de adviseur voor zijn diensten met betrekking tot dit (deel)product ontvangt, is dat ook. 1) Daar staat tegenover dat de eventueel in de toekomst te ontvangen periodieke uitkeringen in box 1 worden belast. Sinds 1 januari 2011 zijn verzekeraars verplicht om ook loonheffing op de uitkeringen in te houden en af te dragen. Daarbij wordt de groene loonbelastingtabel toegepast. Het netto inkomen bij arbeidsongeschiktheid uit deze verzekering kan dan dus (beduidend) lager zijn dan het verzekerde bedrag.

2. Bedrag ineens of periodieke uitkering box 3

Als een uitkering ineens is verzekerd, moet de verzekeringnemer de waarde van de verzekering jaarlijks in box 3 van de inkomstenbelasting aangeven. Zolang de verzekerde gezond is, zal de aan te geven waarde echter veelal (verwaarloosbaar) klein zijn. De premie kan niet in aftrek worden gebracht en de beloning van de adviseur blijft buiten beschouwing. Daar staat tegenover dat geen inkomstenbelasting is verschuldigd over de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. Het netto inkomen is dan min of meer gelijk aan het verzekerde bedrag. De fiscale behandeling van een verzekerde periodieke uitkering waarvan de premie niet voor aftrek in aanmerking komt, is vergelijkbaar. Met dien verstande dat er een waarderingsvoorschrift geldt nadat de periodieke uitkering is ingegaan in verband met arbeidsongeschiktheid. 2)

3. Vormgeving verzekering

Een AOV wordt, afhankelijk van de vormgeving, behandeld in box 1 óf in box 3. Een verzekering die gedeeltelijk in box 1 en box 3 wordt belast bestaat niet meer. Aan de hand van de vormgeving van de verzekering kunt u de box bepalen. De premieaftrek in de inkomstenbelasting is voorwaardelijk. Er is alleen recht op aftrek als het gaat om:

  •  een periodieke uitkering;
  •  bij arbeidsongeschiktheid;
  •  waarvan de klant zelf verzekeringnemer en gerechtigde tot eventuele uitkeringen is. 3)

Het Ministerie van Financiën ziet dat aanbieders in de praktijk twee soorten clausules gebruiken. Als de eerste vormgeving is gekozen, is de premie aftrekbaar en de uitkering belast. Gebruikt de aanbieder de tweede variant dan kan de klant de premie niet in aftrek brengen maar is de uitkering onbelast.

Clausule 1: Premie aftrekbaar uitkeringen belast
Ter zake van tijdelijke arbeidsongeschiktheid is verzekerd een van dag tot dag verkregen wordende periodieke uitkering tot de in deze polis vermelde dagbedragen. De uitbetaling van de door de verzekeraar verschuldigd geworden termijnen geschiedt op de laatste dag van elke kalendermaand c.q. week, met dien verstande, dat bij beëindiging van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid de uitbetaling zal geschieden op de dag, volgende op die, waarop de beëindiging aan de verzekeraar is bekend geworden.

Clausule 2: Premie niet aftrekbaar uitkeringen onbelast
Ter zake van tijdelijke arbeidsongeschiktheid is verzekerd een bij het einde van de arbeidsongeschiktheid verschuldigd wordende som, waarvan de grootte wordt bepaald door de in deze polis vermelde dagbedragen te vermenigvuldigen met de in dagen uitgedrukte duur van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid. De verzekeraar is bevoegd op de verzekerde som voorschotten uit te betalen.

Handelen in strijd met de fiscale regels

Houdt de klant zich na het afsluiten van de verzekering niet meer aan de fiscale voorwaarden voor aftrek van de premie? Bijvoorbeeld door de overeenkomst aan te passen zodat deze niet meer aan de voorwaarden voldoet of door de verzekering te beëindigen en daarbij een uitkering te ontvangen. Dan heeft dat fiscale gevolgen. Bij wijziging van de overeenkomst wordt het bedrag van de in totaal afgetrokken premies, of de hogere waarde van de verzekering, als negatieve uitgave in aanmerking genomen. Hierover is dan meestal 20% van de waarde van de verzekering als revisierente verschuldigd.

Bij het beëindigen van de verzekering zonder uitkering, is geen belasting verschuldigd. Ontvangt de klant wel een uitkering? Dan is die uitkering belast als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen. Bij eenjarige risicodekkingen of als de uitkering plaatsvindt op basis van een specifieke ontbindende voorwaarde in de overeenkomst, wordt de uitkering daarbij als teruggave van premie gezien. Hierover is geen revisierente verschuldigd. In andere gevallen moet vooralsnog rekening met revisierente worden gehouden. Al lijkt de Belastingdienst inmiddels ook een uitkering bij meerjarige risicodekkingen als teruggave van premie te zien.

Werkloosheidsverzekering

De premie voor de verzekering tegen werkloosheid mag de klant niet op het inkomen in box 1 in aftrek brengen. Ook de beloning van de adviseur voor dit deel van de verzekering is niet aftrekbaar. Hierbij maakt het niet uit of periodieke uitkeringen of een uitkering ineens is verzekerd. De klant moet de waarde van de verzekering als bezitting in box 3 opgeven. Op het moment dat de verzekering tot uitkering komt, hoeft over de uitkeringen geen inkomstenbelasting te worden betaald. De waarde van de in box 3 aan te geven periodieke uitkering is dan wel toegenomen. Hiervoor geldt een bijzonder waarderingsvoorschrift. Hierop ga ik in dit artikel niet in.

Meefinancieren koopsom

Alleen de rente en kosten betaald voor geldleningen in verband met de aankoop-, het onderhoud- of de ver¬betering van de eigen woning komen voor aftrek in box 1 in aanmerking. De financiering van de koopsom voor een woonlastenverzekering wordt niet gezien als een zodanige lening. De financiering van een koopsom kan daarom niet in de (aftrekbare) eigenwoningschuld worden meegefinancierd. Financiering van de koopsom leidt tot een schuld in box 3. De schuld vermindert dan weliswaar de grondslag voor vermogensrendementsheffing, maar de rente is niet aftrekbaar. Bij financiering van de koopsom zal de klant hier op gewezen moeten worden. De AFM eist ook dat de klant wordt geïnformeerd over de aanvullende rentekosten die hieraan zijn verbonden.

Samenvatting

Uit recente uitlatingen van de AFM blijkt dat de fiscale behandeling van verzekerde uitkeringen niet mag ontbreken. Dat geldt zeker voor verzekerde inkomensvoorzieningen. Alleen zo kan het netto inkomen in de situatie waarvoor uw klant zich wil verzekeren worden bepaald. De onderdelen van een woonlastenverzekering moeten daarbij afzonderlijk in ogenschouw worden genomen.

1) Zie de artikelen 3.124, lid 1, onderdeel c en artikel 1.7b Wet inkomstenbelasting 2001.

2) Zie artikel 19 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.

3) Het opnemen van een ander als verzekerd lijf - bijvoorbeeld de echtgenoot - staat het recht op aftrek niet in de weg.