De Eerste Kamer heeft een motie van het lid Rosenmöller en 12 andere Kamerleden op 7 april 2026 aangenomen. Met de motie verzoeken zij de regering af te zien van haar voornemen de AOW-leeftijd versneld te verhogen. Argumenten zijn dat de versnelde verhoging in strijd is met het door de sociale partners gesloten pensioenakkoord en dat de verwachtingen met betrekking tot de houdbaarheid van de AOW sinds het sluiten van het pensioenakkoord in 2019 verbeterd zijn.
De motie van het lid Van Rooijen over eenmalige afkoop AOW-rechten door in het buitenland wonende pensioengerechtigden is aangehouden. In de motie wordt de regering verzocht te onderzoeken of en op welke wijze in het buitenland wonende pensioengerechtigden zonder de Nederlandse nationaliteit kunnen worden uitgezonderd van het AOW-pensioen. Bovendien wordt verzocht te onderzoeken of bij vertrek uit Nederland de opgebouwde AOW-rechten voor de hiervoor genoemde groep zouden kunnen worden verrekend in de vorm van een eenmalige afkoop.
(EK 36 848, B en I, 7 april 2026)
(april 2026)