Verrekenen lijfrente en pen­sioen bij echtscheiding

mr. Jasper Commandeur werkzaam bij Fiscale Zaken SNS REAAL

Kan een lijfrente of pensioen bij echtscheiding zonder belastingheffing worden verdeeld? Het antwoord is: ‘vaak wel en vaak ook niet’. Interessant in dit kader is een uitspraak die de rechtbank in Breda 1) vorig jaar deed. In die uitspraak ontving een vrouw een bedrag in ruil voor het niet verdelen van de lijfrenteverzekeringen van haar ex-man. Dat bedrag moest zij in de aangifte inkomstenbelasting opgeven, omdat dit belast is. Zij wist dat niet. Voor de man was het bedrag een persoonsgebonden aftrekpost. In deze bijdrage sta ik stil bij de achtergrond van deze uitspraak en beschrijf ik andere echtscheidingssituaties waarbij lijfrente of pensioen wordt verrekend.

De uitspraak

De man in de uitspraak van rechtbank Breda, laten we hem ‘Henk’ noemen, is gehuwd in algehele gemeen­schap van goederen. Henk heeft drie lijfrenteverzekeringen.2) De premie voor deze verzekeringen heeft hij in het verleden in aftrek gebracht. Volgens het huwelijksvermogensrecht behoren de lijfrenteverzekeringen tot de gemeenschap. Hierdoor hebben bij echtscheiding beide echtgenoten recht op de helft van de waarde. Henk heeft echter afgesproken dat hij bij echtscheiding zijn verzekeringen mag houden. Zijn, vrouw, laten we haar Ingrid noemen, krijgt daarvoor in de plaats een bedrag van € 1.421. Dit bedrag is gelijk aan de helft van de waarde van de verzekeringen, verminderd met een belastinglatentie van 30%. Bij controle van de aan­gifte inkomstenbelasting van Ingrid, ontdekt de Belastingdienst dat Ingrid dit bedrag niet heeft aangegeven. De rechter beslist dat Ingrid het bedrag wel had moeten aangeven.

Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en belaste verrekening

Ingrid was zich niet bewust dat verrekening van een lijfrente tot belastingheffing kan leiden. Zij ging er ken­nelijk van uit dat verdeling altijd zonder belastingheffing kan plaatsvinden. Belastingheffing bij verdeling van een lijfrente kan inderdaad worden voorkomen. Het antwoord op de volgende twee vragen moet dan echter wel ‘nee’ zijn:

1- Is er bij uitvoering van het convenant sprake van negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen?

2- Is er sprake van belaste verrekening?

1- Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen

Wijziging van het verzekeringnemerschap of rekeninghouderschap (hierna verzekeringnemerschap) van een lijfrente ter compensatie van een pensioentekort leidt tot negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen (nuvi). De in het verleden verleende aftrek wordt dan teruggenomen, het rentebestanddeel wordt belast en er kan revisierente verschuldigd zijn. Voor verdeling van een lijfrente bij echtscheiding is echter een uitzondering gemaakt. Bij echtscheiding is het in het kader van de verdeling van een gemeenschappelijk vermogen mogelijk om:

  • Het verzekeringnemerschap geheel of gedeeltelijk aan de ex-echtgenoot over te dragen;
  • De ex-echtgenoot (gedeeltelijk) als onherroepelijk begunstigde aan te wijzen;
  • De lijfrente te wijzigen zodat het een toegestane lijfrente voor de ex-echtgenoot wordt. 3)

Als aan deze voorwaarden is voldaan 4), is geen sprake van nuvi. In de uitspraak behield Henk zijn eigen verze­keringen. De eerste vraag, of bij de verdeling sprake is van nuvi, kan dus met ‘nee’ worden beantwoord.

2- Belaste verrekening

Vervolgens is het de vraag of sprake is van belaste verrekening. Het antwoord op die vraag is ‘ja’. Wat in het kader van echtscheiding wordt ontvangen ter zake van een recht op verrekening is belast. 5) Degene die de ander compenseert heeft een persoonsgebonden aftrekpost. 6) Maar dit geldt niet als de compensatie zelf uit een lijfrente bestaat. 7)

Alternatieven

Henk en Ingrid verdelen de verzekeringen dus niet zonder belastingheffing. Dat had wel gekund. Bijvoorbeeld door de verzekeringen in twee gelijke delen te verdelen. De lijfrenten worden dan verrekend met lijfrenten. Dat is niet belast. Henk en Ingrid hadden ook kunnen afspreken om de lijfrenten niet te verrekenen. Al kan dat wel tot schenkbelasting leiden. En de ex-partners zullen dan nog (enigszins) op goede voet met elkaar moeten staan. Een derde alternatief is de mogelijkheid om in het jaar van scheiding voor fiscaal partnerschap te kiezen. De persoonsgebonden aftrek kan dan in de gekozen verhouding aan de ex-echtgenoten worden toegerekend. 8)

Tot slot is het mogelijk om een hogere alimentatie af te spreken in ruil voor het afzien van de lijfrente. Als een hogere alimentatie wordt afgesproken, betaalt Ingrid inkomstenbelasting op het moment dat zij de alimentatie ontvangt. Henk heeft voor de betaling een persoonsgebonden aftrekpost. In het convenant kunnen afspraken worden gemaakt over het moment van betalen. Om de aftrekbaarheid van de betaling naar voren te halen en/of niet meer afhankelijk van de ander te zijn, kan voor een alimentatielijfrente worden gekozen. De koopsom voor deze lijfrentevorm is aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek en pas belast bij het ontvangen van de termijnen. Daarbij geldt de voorwaarde dat de uitkeringen direct na het betalen van de koopsom ingaan en uiterlijk eindigen bij het overlijden van de alimentatiegerechtigde. 9)

Voorbeeld

Henk heeft een lijfrente met een waarde van € 50.000. In het convenant is afgesproken dat hij deze verzekering (of rekening) houdt. Ingrid ontvangt ter verrekening van haar deel € 17.500 (uitgaande van 30% belastinglatentie). Gevolg is dat Ingrid in haar aangifte inkomstenbelasting € 17.500 moet aangeven in box 1. Henk heeft een persoonsgebonden aftrekpost van € 17.500. 10) Als Henk en Ingrid de lijfrente in twee gelijke lijfrenten verdelen of niet verdelen, is er bij de scheiding geen heffing van inkomstenbelasting. En als zij in het scheidingsjaar voor fiscaal partnerschap kiezen, kan de persoonsgebonden aftrek aan Ingrid worden toegerekend. De belaste ontvangst en de aftrekpost kunnen dan binnen de aangifte tegen elkaar worden weggestreept.

 

Verrekenen van pensioen

De belastingregels bij verrekening van pensioen zijn vergelijkbaar met die van lijfrente. Ook hiervoor geldt dat verdeling in het kader van echtscheiding zonder fiscale sancties als revisierente en terugname van de aftrek mogelijk is. En ook de verrekening van pensioenrechten kan tot belastingheffing leiden. Het is dus ook bij pensioenverdeling verstandig om na te gaan of de gemaakte afspraken tot belastbare verrekening leiden of een onbelaste wettelijke verdeling zijn. Net als bij een lijfrente is verrekening van pensioenrechten mogelijk door verrekening met:

1. Bestaande pensioenrechten;

2. Vermogen;

3. Alimentatie;

4. Nieuwe of bestaande lijfrente.

1 Bestaande pensioenrechten

Stel dat Henk en Ingrid beiden pensioen hebben opgebouwd. Ingrid geeft de helft van het tijdens het huwelijk door Henk opgebouwde pensioen op. Omgekeerd doet Henk hetzelfde. Zij noemen dit verrekenen. Het gevolg is dat de verkregen pensioenaanspraken belast zijn. De weggegeven pensioenrechten zijn een persoonsge­bonden aftrekpost. 11)

Voorbeeld

Het te verevenen 12) pensioen van Henk is € 100.000 waard. En dat van Ingrid € 150.000. In het convenant is afgesproken dat de waarde van de pensioenrechten onderling wordt verrekend. Henk houdt zijn eigen pensioen en ziet in feite af van het pensioen van Ingrid, ter waarde van € 75.000. Ingrid ziet af van het pensioen van Henk, ter waarde van € 50.000. Op die manier behouden zij elk hun eigen pensioen. Gevolg is dat Henk in zijn aangifte inkomstenbelasting €50.000 moet aangeven in box 1. Hij heeft een persoonsgebonden aftrekpost van € 75.000. Ingrid moet € 75.000 opgeven in box 1. Zij heeft een persoonsgebonden aftrekpost van € 50.000. 13) Henk ontvangt immers pensioenrechten van Ingrid ter waarde van € 50.000 en Ingrid van Henk, ter waarde van € 75.000.

 

Opmerkelijk is dat in een publicatie van de Universiteit Tilburg staat, dat partijen zelf kunnen bepalen of de beschreven gevolgen optreden. In een onderzoek naar de werking van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) wordt opgemerkt dat binnen deze wet een “verdeling” 100-0 of 0-100 zonder fiscale gevolgen mogelijk is. Als partijen deze verdeling “verrekening” noemen ontstaat er bij beiden belastbaarheid en de persoonsgebonden aftrek. 14)

2 Vermogen

Als Henk geen afstand wil doen van het betere pensioen van Ingrid kan hij om een extra compensatie vragen. Ingrid kan het verschil vergoeden met geld of goederen. Net als bij verrekening van lijfrenterechten moet er dan rekening worden gehouden met belastingheffing. Het ter beschikking gestelde vermogen is een belastbare periodieke uitkering bij de één en persoonsgebonden aftrek als onderhoudsverplichting bij de ander.

Voorbeeld

Henk en Ingrid (zie vorig voorbeeld) spreken af dat zij beiden hun eigen pensioen behouden. Ingrid betaalt Henk in ruil daarvoor een aanvullende compensatie van € 25.000. Gevolg is dat Henk € 75.000 in zijn aangifte inkomstenbelasting moet opgeven. En hij kan € 75.000 als persoonsgebonden aftrek in aftrek brengen. Hij heeft immers van Ingrid zijn eigen pensioenrechten gekregen én € 25.000 in geld. En Ingrid haar pensioenrechten laten behouden. Ingrid ontvangt alleen haar eigen pensioenrechten. Zij geeft ook € 75.000 als inkomen op en trekt € 75.000 af.

 

3 Alimentatie

Verrekening in de sfeer van de partneralimentatie is een andere mogelijkheid. De hogere alimentatie kan dan een verschil in de pensioenrechten compenseren. De ontvangen alimentatie is belast in box 1. De betaalde alimentatie is aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De alimentatieverplichting kan desgewenst afgekocht worden door te kiezen voor een alimentatielijfrente (zie hiervoor).

4 Nieuwe of bestaande lijfrente

In tegenstelling tot verrekening met pensioenrechten of ander vermogen is er geen belastingheffing bij ver­rekening met nieuwe of bestaande lijfrenteaanspraken. De koopsom of periodieke premie voor een nieuwe lijfrente ter verrekening van pensioenrechten is aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. 15) Het moet dan wel gaan om een lijfrente in de vorm van een ‘lijfrente ter compensatie van een pensioentekort’. 16)

Groot voordeel van deze mogelijkheid is dat de pensioenbreuk bij echtscheiding hiermee kan worden voorkomen of beperkt. Of er wel- of geen jaar- of reserveringsruimte is, is daarbij niet relevant.

Als partijen liever een bestaande lijfrente overdragen, kan dat ook zonder directe belastingheffing. De overdracht leidt dan niet tot belastingheffing of een aftrekpost. De uitkeringen worden in de toekomst ‘normaal’ belast.

Verdeling buiten pensioenuitvoerder om

Een bijzondere situatie is die waarbij een ex-echtgenoot het vereveningsformulier te laat naar de pensioenuit­voerder stuurt. Henk (of Ingrid) kan de pensioenuitvoerder van Ingrid (of Henk) vragen om verevening volgens de WVPS toe te passen. Hij moet dat wel binnen twee jaar doen. En wat als Henk dat vergeet en de uitvoerder niet meer aan verevening mee wil werken? Het gevolg daarvan is dat Henk voor de verevening niet meer bij de pensioenuitvoerder van Ingrid terecht kan. Na twee jaar blijft het recht op verevening echter wel bestaan. Henk zal dan aan Ingrid moeten vragen om de helft van haar pensioen aan hem uit te keren.17) De pensioenuitvoerder is daar niet meer bij betrokken. Ingrid betaalt Henk dan uit haar netto pensioenuitkering. Een betaling die zij als persoonsgebonden aftrekpost in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek kan brengen. 18) De ontvangst door Henk is belast in box 1. 19)

Voorbeeld

Stel dat Ingrid €1.500 bruto pensioen per maand ontvangt. Dat Henk recht heeft op de helft van € 1.000 per maand en dat op dit deel van het pensioen € 400 loonheffing wordt ingehouden. Ingrid moet Henk dan € 500 uit haar netto uitkering van € 600 betalen. Dit bedrag kan zij als persoonsgebonden aftrek in haar aangifte inkomstenbelasting opgeven. Door een voorlopige aanslag aan te vragen kan zij de ingehouden belasting eventueel eerder terugvragen.

 

Conclusie

De afspraak die Henk en Ingrid hebben gemaakt, komt veel voor. Het is immers niet onlogisch dat ex-echt­genoten gecompenseerd willen worden voor het opgeven van aanspraken. Voor de belastbaarheid van de compensatie is van belang in welke vorm dat gebeurt. Met geld verrekenen of ander vermogen, bijvoorbeeld aandelen, leidt tot belastbaarheid. En een persoonsgebonden aftrekpost. Dat kan een pijnlijke ‘trap na’ zijn als de gecompenseerde zich daar niet van bewust is. Let dus goed op voor de enigszins vreemde gevolgen bij verrekening.

De regels zijn ingewikkeld. Waarschijnlijk te ingewikkeld voor Henk en Ingrid. Dat is een gegeven waar de wetgever naar mijn mening iets aan moet doen. Bijvoorbeeld door verrekening (op verzoek) te defiscaliseren. Anderszins geven de regels wel meer flexibiliteit bij het maken van een echtscheidingsconvenant. Een adviseur kan voor een maatwerkoplossing zorgen die goed bij de voorliggende situatie past. Én misschien een pensioenbreuk (zoveel mogelijk) voorkomen. Het zou mooi zijn als die mogelijkheden bij een eventuele herziening blijven bestaan. Waar het uiteindelijk om gaat, is dat de belastingregels de afwikkeling van de echtscheiding zo min mogelijk belemmeren en bij voorkeur zelfs vergemakkelijken. Zodat Henk en Ingrid weer verder kunnen met hun leven…

1) Rechtbank Breda, 13 juli 2011.

2) Ter compensatie van een pensioentekort.

3) Artikel 3.134, lid 2 Wet inkomstenbelasting 2001.

4) In het Besluit van 10 mei 2010, nr. DGB2010/3119M wordt verdeling bij het ontbreken van een gemeenschappelijk vermogen ook toegestaan als er een verrekenverplichting is.

5) Artikel 3.102, lid 3 Wet inkomstenbelasting 2001.

6) Artikel 6.3, lid 1, onderdeel d Wet inkomstenbelasting 2001.

7) Artikel 3.102, lid 4 Wet inkomstenbelasting 2001.

8) Artikel 2.17, lid 7 Wet inkomstenbelasting 2001.

9) Artikel 6.5, Wet inkomstenbelasting 2001.

10) Belast als periodieke uitkering volgens 3.102 en persoonsgebonden aftrek op grond van 6.3 Wet inkomstenbelasting 2011.

11) Artikel 3.102, lid 3, onderdeel a Wet inkomstenbelasting 2001.

12) Volgens Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

13) Belast als periodieke uitkering volgens 3.102 en persoongebonden aftrek op grond van 6.3 Wet inkomstenbelasting 2001.

14) Universiteit van Tilburg/ Competence Centre for Pension Research, 10 Jaar Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, 2006, bladzijde 63.

15) Artikel 6.6 Wet inkomstenbelasting 2001.

16) Ofwel lijfrenten als bedoeld in artikel 45, lid 1, onderdeel g van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 of artikel 3.125 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

17) De helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Met alle invorderingsmoeilijkheden van dien… Artikel 2, lid 6, Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

18) Artikel 6.7 Wet inkomstenbelasting 2001.

19) Artikel 3.105 Wet inkomstenbelasting 2001.