Motie om een eenmalige en laatste overgangsoplossing voor levensloop te verkennen aangenomen

Het Tweede Kamerlid Idsinga heeft op 8 juli 2021 een motie ingediend waarbij hij aangeeft dat ongeveer 40.000 mensen aan het einde van het jaar uit de overgangsregeling voor levensloop dreigen te lopen. En dat daarbij de eenmalig hoge uitkering gevolgen kan hebben voor toeslagen en belastingheffing (progressienadeel). In plaats van eerder te kunnen genieten van hun pensioen, moeten deze mensen (nog jaren) langer doorwerken, aldus het Kamerlid. Dit is voor deze groep een teken is van ‘een wispelturige en dus niet betrouwbare overheid’.

Het Kamerlid roept de regering op ‘om voor deze groep mensen een eenmalige en laatste overgangsoplossing te verkennen’.

De motie is op 8 juli 2021 aangenomen.

(Kamerstukken 32 140, nr. 95, 8 juli 2021)

Noot:

Dit is vermoedelijk de laatste poging om te voorkomen dat het overgangsrecht voor de levensloopfaciliteit eindigt. De opmerking over een ‘wispelturige overheid’ paste op het moment van afschaffing van de regeling tien jaar geleden, maar dat geldt niet voor de duur van het overgangsrecht. Die was namelijk tien jaar.

Nu nog de duur van het overgangsrecht aanpassen zou juist het beeld versterken van een wispelturige overheid en bovendien teleurstellend zijn voor mensen die al actie hebben ondernomen met hun levenslooptegoed.

(september 2021)