Belastingpakket 2013 (III)

22 januari 2013

Vraag:
Als eigenwoningbezitters in 2013 (of later) gaan scheiden, wat zijn dan de gevolgen?

Antwoord:
Dit betreft een situatie waarin niet vóór 1 januari 2013 een woning wordt vervreemd.
Stel nu dat M en V gehuwd zijn in gemeenschap van goederen. Tot de huwelijksgemeenschap hoort een eigen woning met een eigenwoningschuld van € 180.000. Op het moment van scheiding heeft de woning een waarde van € 200.000. V blijft in de woning wonen en neemt het deel dat toekomt aan M – de helft - over. Hiervoor betaalt V aan M de helft van de overwaarde, dus € 10.000.
V heeft dan een bestaande lening van € 90.000 (de helft van € 180.000) die nog onder het overgangsrecht valt. De lening die V aangaat (dan wel deels overneemt) van € 100.000 (€ 90.000 bestaande lening plus € 10.000 overwaarde, te betalen aan M) valt onder het nieuwe recht. Om voor renteaftrek in aanmerking te komen moet deze schuld ten minste annuïtair worden afgelost in maximaal 360 maanden.
M realiseert een verkoopwinst van € 10.000. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de eigenwoningreserve van M. Als M binnen een jaar na het kalenderjaar van vervreemding van de woning aan V een nieuwe woning koopt voor bijvoorbeeld € 160.000, dan bedraagt de eigenwoningschuld maximaal € 150.000 (€ 160.000 aankoopprijs minus € 10.000 eigenwoningreserve). Van deze lening valt € 90.000 onder het overgangsrecht en moet € 60.000 ten minste annuïtair in maximaal 360 maanden worden afgelost om voor renteaftrek in aanmerking te komen.
Koopt M de nieuwe woning later dan een jaar maar binnen drie jaar na het kalenderjaar van de vervreemding, dan moet het volledige bedrag van € 150.000 ten minste annuïtair worden afgelost. De termijn waarbinnen die aflossing moet plaatsvinden, wordt voor het bedrag van het oude schulddeel bovendien verkleind met de periode van renteaftrek die al is genoten vanaf 2001. Stel dat al vijf jaar renteaftrek is genoten voor het bedrag van € 90.000, dan resteert een termijn van 360 minus 60 (5 x 12 maanden) is 300 maanden voor dat bedrag. Voor het resterende deel van € 60.000 kan wel een aflossingstermijn van 360 maanden worden gehanteerd. Hier is dan wel een apart leningdeel noodzakelijk.
Wordt na een periode van ten minste drie jaar een nieuwe woning door M gekocht, dan hoeft geen rekening te worden gehouden met de eigenwoningreserve. Renteaftrek is dan dus mogelijk voor maximaal € 160.000. De schuld moet ten minste annuïtair worden afgelost en ook in dat geval moet bij de maximale termijn rekening worden gehouden met eerdere perioden van renteaftrek. Stel dat al acht jaar renteaftrek is genoten voor het bedrag van € 90.000, dan resteert voor dat deel een termijn van 360 minus 96 (8 x 12 maanden) is 264 maanden, ofwel een annuïtaire aflossingstermijn van maximaal 22 jaar!

Deze rubriek wordt verzorgd door:
Fiscale Zaken