Blijven maatschappelijke beleggingen fiscaal aantrekkelijk?

    1 juni 2011

    Voor maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal geldt in box 3 een vrijstelling. Daarnaast geldt er een extra heffingskorting voor deze duurzame beleggingen. Vorig jaar heeft het kabinet besloten om deze extra heffingskorting af te schaffen. Dit leidde tot enige onrust bij banken waarbij duurzaam sparen een speerpunt is. In dit artikel zet ik de fiscale regels voor maatschappelijke beleggingen uiteen. Ook ga ik in op de toekomstige fiscale regels.

    Wat zijn maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal?

    Maatschappelijke beleggingen zijn groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen. Groene beleggingen zijn fondsen die hoofdzakelijk (70% of meer) lenen aan en beleggen in projecten voor milieubescherming. Denk hierbij aan initiatieven om natuur te behouden en het milieu te verbeteren zoals ecologische woningbouw en milieuvriendelijke energiebronnen. Sociaal-ethische beleggingen zijn beleggingen in fondsen die geld verstrekken aan projecten in ontwikkelingslanden. Deze projecten zijn gericht op voedselzekerheid en voedingsverbetering, de sociale, culturele en/of economische ontwikkelingen.
    Onder beleggingen in durfkapitaal worden (in)directe beleggingen in durfkapitaal en culturele beleggingen verstaan. Een directe belegging in durfkapitaal is een lening aan een beginnende ondernemer. Deze leningen moeten achtergesteld zijn, dat wil zeggen: de lening aan de ondernemer van iemand die de schuld verstrekt is bij faillissement van die ondernemer achtergesteld. Eerst worden de gewone schuldeisers betaald, daarna de achtergestelde schuldeisers. Bovendien moet de lening zijn geregistreerd bij de Belastingdienst. Een geregistreerde en achtergestelde lening aan de ondernemer wordt ook wel een Tante Agaath-lening genoemd. Indirecte beleggingen zijn beleggingen in – door de Belastingdienst – aangewezen participatiefondsen. Culturele beleggingen zijn leningen aan door de Belastingdienst aangewezen cultuurfondsen.

    Fiscale regeling tot en met 2010

    Bezittingen worden in box 3 belast met 1,2% vermogensrendementsheffing (30% belasting over een verondersteld rendement van 4%). Voor bepaalde bezittingen geldt (en gold) een uitzondering. Zowel voor maatschappelijke beleggingen als beleggingen in durfkapitaal gold in box 3 in 2010 een vrijstelling van €55.145 per belastingplichtige. Naast deze vrijstelling had de belastingplichtige recht op een extra heffingskorting ter grootte van 1,3% van de gemiddelde waarde over de beleggingen in een kalenderjaar. Samen met het voordeel van de vrijstelling in box 3 van 1,2%, betekende dit een voordeel van 2,5% van deze fiscale regeling.
    Fiscale partners, die het gehele jaar fiscale partners zijn geweest, konden (en kunnen) op gezamenlijk verzoek het vrijgestelde maximum aan elkaar overdragen. Het maximum van de andere partner werd dan verlaagd tot nihil. Samen hadden fiscale partners een vrijstelling van maximaal €110.290 (2010). Als deze vrijstelling werd overgedragen, had de andere partner tevens recht op de heffingskorting van 1,3%.
    Deze fiscale regeling was tot en met 2010 niet alleen van toepassing voor maatschappelijke beleggingen maar ook voor beleggingen in durfkapitaal.

    Een voorbeeld ter verduidelijking:

    Karel de Groot belegt sinds 2003 in beleggingsfondsen die beleggen in milieuprojecten.
    De waarde van de beleggingen was op 1 januari 2010 €90.000. Op 31 december was de waarde van de beleggingen ook €90.000. Karel woonde het gehele jaar samen met Merel.
    Gevolgen box 3
    De beleggingen in milieuprojecten worden door de Belastingdienst aangemerkt als groene beleggingen. De gemiddelde waarde van de beleggingen over 2010 is (€90.000 + €90.000) / 2, dus €90.000. De vrijstelling per belastingplichtige bedroeg €55.145. Karel en Merel waren in 2010 fiscale partners. Merel kon haar vrijstelling overdragen zodat Karel een vrijstelling voor groene beleggingen had van €110.290. De waarde van de groene beleggingen was lager dan dit bedrag. Karel hoefde de waarde van de belegging niet aan te geven.
    Gevolgen box 1
    Omdat Karel de vrijstellingen kreeg voor groene beleggingen, kreeg hij ook 2 extra heffingskortingen van 1,3% van de gemiddelde waarde van de groene beleggingen met de vrijstelling als maximum.
    De gemiddelde waarde was €90.000. De extra (dubbele) heffingskorting hierover bedroeg (€90.000 x 2 x 1,3% =) €2.340. De te betalen belasting in box 1 werd verlaagd met een bedrag van €2.340.

    Voor al op 31 december 2000 bestaande groene beleggingen was overgangsrecht in de wetgeving geregeld. Dit overgangsrecht werkte als volgt:

    • De totale waarde van de groene beleggingen in bestaande fondsen was vrijgesteld in box 3.
    • De op 31 december 2000 bestaande fondsen telden niet mee voor de bepaling van de maximale vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen in box 3.
    • Voor dit soort groene beleggingen betekende dit tevens dat over het gehele vrijgestelde vermogen een extra heffingskorting van 1,3% van toepassing was.

    Dit overgangsrecht gold alleen voor groene beleggingen en dus niet voor sociaal-ethische beleggingen en beleggingen in durfkapitaal.

    Fiscale regeling vanaf 2011

    Het kabinet Rutte heeft in de loop van 2010 besloten om de extra heffingskorting voor maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal af te bouwen. Aanvankelijk was het voorstel om de heffingskorting met ingang van 2011 af te schaffen. Dit heeft tot onrust geleid bij banken waarbij duurzaam sparen een speerpunt is. Dit zijn de ‘groene’ banken zoals ASN bank en Triodos bank. De handel in maatschappelijke beleggingsfondsen werd stopgezet. Na de aankondiging van het kabinet dat de korting geleidelijk zal worden afgebouwd, is de handel in deze beleggingsfondsen hervat.
    De vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen als voor beleggingen in durfkapitaal in box 3 blijft bestaan. De vrijstelling bedraagt maximaal €55.467 (2011) per belastingplichtige. Belastingplichtigen die gedurende het gehele kalenderjaar fiscaal partner zijn, kunnen de vrijstelling aan elkaar overhevelen. De vrijstelling bedraagt dan maximaal €110.952 (2011).

    Zoals gezegd wordt de extra heffingskorting afgebouwd. De extra heffingskorting bedraagt dit jaar 1%, in 2012 0,7%, in 2013 0,4% en in 2014 0%. Ook is het overgangsrecht voor groene beleggingen per 1 januari 2011 afgeschaft. De regeling gold dus tot en met 31 december 2010.
    Overigens is de bepaling van de waarde van de beleggingen in box 3 per 1 januari 2011 aangepast. Vanaf dit jaar wordt niet meer gekeken naar de ‘gemiddelde’ waarde in het kalenderjaar, maar uitsluitend naar de waarde van de beleggingen op 1 januari.
    Het voorgaande geldt niet alleen voor de maatschappelijke beleggingen maar ook voor de beleggingen in durfkapitaal.

    Een voorbeeld ter verduidelijking:

    Karel de Groot belegt sinds 2003 in beleggingsfondsen die beleggen in milieuprojecten.
    De waarde van de beleggingen is op 1 januari 2011 €90.000. Op 31 december is de waarde
    €120.000. Karel woont het gehele jaar samen met Merel.
    Gevolgen box 3
    De beleggingen in milieuprojecten worden door de Belastingdienst aangemerkt als groene beleggingen. De waarde van de beleggingen over 2011 is de waarde per 1 januari 2011. Dat is €90.000. De vrijstelling per belastingplichtige bedraagt €55.467. Karel en Merel zijn fiscale partners. Merel kan haar vrijstelling overdragen zodat Karel een vrijstelling voor groene beleggingen heeft van €110.952. De waarde van de groene beleggingen is lager dan dit bedrag. Karel hoeft de waarde van de belegging in 2011 niet aan te geven.
    Gevolgen box 1
    Omdat Karel de vrijstellingen krijgt voor groene beleggingen, krijgt hij ook 2 extra heffingskortingen van 1% van de gemiddelde waarde van de groene beleggingen met de vrijstelling als maximum.
    De waarde is €90.000. De extra (dubbele!) heffingskorting hierover bedraagt (€90.000 x 2 x 1%)
    €1.800. De te betalen inkomstenbelasting wordt verlaagd met een bedrag van €1.800.

    Uit het tweede voorbeeld blijkt dat een klant die maatschappelijk verantwoord belegt, méér belasting moet gaan betalen in 2011 dan in 2010. Uiteindelijk zal het extra voordeel van de heffingskorting vervallen. Hierdoor verdwijnt de fiscale steun in de rug voor dergelijke beleggingen grotendeels. Uiteraard kunnen er nog genoeg andere redenen zijn om in dergelijke fondsen te (blijven) beleggen en blijft de vrijstelling in box 3 in stand.

    Samenvatting

    Voor maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal geldt een extra vrijstelling in box 3. Ook geldt voor deze beleggingen een extra heffingskorting. Hierdoor betaalt een klant minder belasting als deze in zo’n fonds belegt. Het kabinet heeft echter besloten om de heffingskorting in fases af te bouwen. Dit in tegenstelling tot het eerdere plan om de extra heffingskorting in één keer af te schaffen. Door deze maatregel vermindert de fiscale prikkel om te beleggen in maatschappelijke beleggingen…