Schenking voor de aflossing van de eigenwoningschuld

26 september 2014

Vraag:
Wanneer ik de verhoogde schenkvrijstelling van € 100.000 gebruik om de eigenwoningschuld af te lossen verminderd dan het bedrag waarvoor ik gebruik heb gemaakt van de vrijstelling in de toekomst de eigenwoningschuld bij de verwerving van een nieuwe woning?

Antwoord:
Nee, de wet is op dit moment zo vormgegeven dat een aflossing van de eigenwoningschuld er voor zorgt dat de eigenwoningreserve wordt verhoogd. De eigenwoningreserve vervalt drie jaar na het ontstaan ervan.

Er is wel een bepaling 1) die regelt dat wanneer je gebruik maakt van de verhoogde schenkvrijstelling bij de verwerving, verbetering of onderhoud van je woning je hiermee rekening moet houden bij die verwerving, verbetering of dat onderhoud van de woning. De vraag is dan hoe die precies moet worden uitgelegd. Oftewel kan er bijvoorbeeld een samenloop van renteaftrekbeperkende maatregelen ontstaan als een nieuwe woning wordt verworven waarbij geen gebruik is gemaakt van de verhoogde schenkvrijstelling maar bij de aankoop van de vorige woning is dat wel gedaan.

Voorbeeld
Stel X koopt een woning aan van € 400.000 en financiert deze met € 300.000 en gebruikt de verhoogde vrijstelling van € 100.000. We gaan er vanuit dat X voldoet aan de regels om recht te hebben op renteaftrek. Vervolgens gaat X deze woning verkopen. X verkoopt de woning voor € 350.000. Hiermee realiseert X een eigenwoningreserve van € 50.000. Vervolgens koopt hij een nieuwe eigen woning van € 400.000. Wat zijn hiervan de fiscale gevolgen?
Wanneer X een nieuwe woning koopt hoeft hij bij de aankoop van de nieuwe woning geen rekening te houden met de verhoogde schenkvrijstelling die is toegepast op de verwerving van de oude woning. De verhoogde schenkvrijstelling verlaagt alleen de eigenwoningschuld van die verwerving met € 100.000. Dus de eigenwoningschuld bij de verwerving van de oude woning. In dit geval krijgt X dus alleen te maken met een eigenwoningreserve van € 50.000. Deze eigenwoningreserve vervalt wanneer hij na verkoop van de oude woning bijvoorbeeld eerst drie jaar zou gaan huren.

 

1) Artikel 3.119a, derde lid, letter b Wet IB 2001

Deze rubriek wordt verzorgd door:
Fiscale Zaken SNS REAAL