Afzien van verevening pensioenrechten bij echtscheiding is schenking?

De Kennisgroep successiewet van de Belastingdienst heeft een vraag beantwoord over schenking bij afzien van pensioenverevening bij echtscheiding.
Aanleiding voor het vraag en antwoord zijn een casus waarin A en B gehuwd zijn. Echtgenoot A heeft tijdens het huwelijk pensioenrechten opgebouwd. De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is van toepassing. Bij echtscheiding ziet echtgenoot B af van zijn recht op verevening. Dit recht houdt in dat B recht heeft op “uitbetaling van een deel van elk van de uit te betalen termijnen van het pensioen”. Of anders gezegd: de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen. B ontvangt hiervoor geen financiële compensatie.
De Kennisgroep successiewet geeft aan dat sprake is van een schenking als de echtgenoot voor het afzien niet wordt gecompenseerd.
Als onderbouwing geeft de kennisgroep het volgende aan.
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding regelt de verevening bij alle gehuwden. Het tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime speelt daarbij geen rol. De wet (en de casus) geldt ook bij een geregistreerd partnerschap. Voor de leesbaarheid spreekt de kennisgroep alleen over gehuwden. De gedachte achter de wet is dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen beide echtgenoten gelijkelijk aangaat.
Artikel 1, zevende lid, van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) verwijst voor het fiscale schenkingsbegrip naar de definitie van een gift in het Burgerlijk Wetboek (BW). Iedere handeling die er toe strekt dat een ander wordt verrijkt ten koste van eigen vermogen is een gift (artikel 7:186, tweede lid, BW). Hieraan worden de drie vereisten voor een gift ontleend: verarming, verrijking en bevoordelingsbedoeling.
Afzien van verevening door de echtgenoot die het pensioen niet heeft opgebouwd, verrijkt de echtgenoot die het pensioen heeft opgebouwd. De echtgenoot die afziet van verevening, verarmt. Van verrijking en verarming is ook sprake als de echtgenoten in een echtscheidingsconvenant de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding niet van toepassing verklaren. Dit is wel anders als de echtgenoot die afziet van pensioenverevening hiervoor gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld bij het verdelen van de gemeenschap van goederen.
Bewust afzien door de ene echtgenoot leidt volgens de kennisgroep per definitie tot de verrijking van de andere echtgenoot, en is de bevoordelingsbedoeling aanwezig. De kennisgroep verwijst daarbij naar Hoge Raad, 15 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5687.
(Kennisgroepen, KG:063:2026:1, 5 maart 2026)

Noot:
De Kennisgroep successiewet neemt naar ons idee bij verrijking en verarming iets te snel aan dat daarmee ook sprake is van vrijgevigheid. Hiermee worden de omstandigheden van het geval per definitie terzijde geschoven en dat lijkt ons niet juist. Juist bij een echtscheiding kunnen veel andere aspecten die niets met het pensioen te maken hebben, een rol spelen. We begrijpen dat de kennisgroep graag objectieve gronden wil bij de beoordeling of sprake is van een schenking, maar dit lijkt ons iets te kort door de bocht.
Het V&A zou overigens wel een ‘wake up call’ voor advocaten en notarissen kunnen (of moeten) zijn, om dit aspect nadrukkelijk onderdeel te laten zijn van hun ondersteuning van de echtelieden die willen scheiden.

(april 2026)