Depositofonds voor uitvaartgelden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst van de Belastingdienst heeft een standpunt gepubliceerd over een depositofonds voor de financiering van de uitvaart van de deelnemer. In de casus is sprake van een uitvaartondernemer die naast haar ondernemingsstructuur een stichting heeft. Deze stichting staat onder toezicht van een onafhankelijke Raad van Toezicht. Deelnemers kunnen een bedrag storten op een bankrekening op naam van de stichting. Met het gestorte bedrag en de rente daarover kan de uitvaart van de deelnemer worden gefinancierd. De uitkering vindt uitsluitend in geld plaats en kan ook worden aangewend voor een begrafenis door een andere (uitvaart)onderneming. De regels voor het depositofonds zijn vastgelegd in een huishoudelijk reglement. Opnames tijdens leven zijn niet mogelijk en de stichting vergoedt jaarlijks een rente over de gestorte bedragen. De rente wordt toegevoegd aan het saldo. Mocht na uitbetaling van de kosten van de uitvaart nog een bedrag resteren, dan wordt dat aan de nabestaanden van de deelnemer uitbetaald.
De kennisgroep concludeert dat geen sprake is van een levensverzekering. Voor het depositofonds geldt dan niet de vrijstelling in box 3 op grond van artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001. Het vorderingsrecht op de stichting moet als overige bezitting in aanmerking worden genomen in box 3.
(KG:202:2025:1 Depositofonds voor uitvaartgelden en box 3, 7 maart 2025, https://kennisgroepen.belastingdienst.nl/publicaties/)

(maart 2025)