Gewenste pensioenleeftijd 61 jaar, fiscale pensioenleeftijd naar 68 jaar?

Sinds 2010 houdt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gegevens bij over het werken, zorgen en leren op een flexibele arbeidsmarkt en publiceert deze gegevens elke twee jaar. Uit de eind augustus 2016 gepubliceerde studie van het SCP blijkt dat veel ouderen rond 61 jaar met pensioen willen gaan. Dit staat haaks op de doelstelling van de overheid om de arbeidsdeelname van ouderen te laten toenemen en om mensen langer door te laten werken.
Half september 2016 heeft het Koninklijk Actuarieel Genootschap (KAG) de Prognosetafel AG2016 bekend gesteld. Hieruit blijkt dat van zowel vrouwen als mannen de sterftekansen nog steeds dalen en de levensverwachting blijft stijgen. Op basis van de laatste inzichten bedraagt de levensverwachting van een in 2016 geboren meisje 93,0 jaar en van een in 2016 geboren jongen 90,1 jaar. Rekening houdend met de verwachte toekomstige verbetering in de levensverwachting, verwacht het AG dat de levensverwachting van kinderen, die over 50 jaar worden geboren, verder stijgt naar 96 à 97 jaar (meisjes) en 93 à 94 jaar (jongens).

In de Wet op de loonbelasting 1964 is bepaald dat uiterlijk op 1 januari 2017 is vastgesteld of op 1 januari 2022 de AOW-leeftijd verder wordt verhoogd naar 68 jaar. Uiterlijk op 1 januari 2017 is ook vastgesteld of de pensioenrichtleeftijd (de leeftijd waarop de fiscale facilitering van pensioenopbouw is afgestemd) op 1 januari 2018 wordt verhoogd naar 68 jaar. Of de AOW- en pensioenrichtleeftijd worden verhoogd, hangt af van de dan meest recente ramingen omtrent de levensverwachting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens het KAG zou, indien het CBS de Prognosetafel AG2016 zou gebruiken voor deze ramingen, de AOW- en pensioenrichtleeftijd inderdaad verder omhoog gaan.
(Bronnen:  - Aanbod van arbeid 2016’, Sociaal en Cultureel Planbureau, 30 augustus 2016;
                  - ‘Levensverwachting in Nederland blijft stijgen’, Koninklijk Actuarieel Genootschap,
                     13 september 2016)

 
Noot:

Volgens het ‘automatisme’ dat nu in de wet is opgenomen, is het goed mogelijk dat het CBS op basis van haar eigen gegevens tot dezelfde uitkomsten komt als het KAG en dat daardoor de pensioenrichtleeftijd per
1 januari 2018 van 67 naar 68 jaar gaat en ook de AOW-leeftijd per 1 januari 2022 verder stijgt naar 68 jaar. Het is echter ook goed mogelijk dat een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer te vinden is voor aanpassing van dit ‘automatisme’ in de wet. In het voorjaar van 2017 vinden verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats en de strijd om de kiezer is nu al begonnen. Gezien de gewenste pensioenleeftijd van 61 jaar, ligt het voor de hand dat een aantal politieke partijen  een verdere verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd wil tegenhouden en soms zelfs een verlaging daarvan in hun programma heeft staan. Pensioenuitvoerders kunnen dus niet eerder definitief maatregelen nemen om pensioenregelingen aan te passen, dan het moment waarop de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd wettelijk een feit is.

(oktober 2016)