Ontwikkelingen rondom pensioenregeling voor zelfstandigen

De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen hebben aangegeven hoe zij vorm willen geven aan zo’n regeling. Dit is een uitvloeisel van  de steun die het kabinet op 18 maart 2013 in de Tweede Kamer heeft uitgesproken bij het opzetten van een fiscaal gefacilieerde vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Dit heeft geleid tot een brief van de staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en van Financiën over de voortgang van pensioen van zelfstandigen.Belangrijke kenmerken van de regeling die de belangenorganisaties wensen zijn vrijwilligheid, flexibiliteit en collectiviteit. Deelnemers kunnen vrijwillig in- en uitstappen en zelf (flexibel) bepalen hoeveel periodiek wordt ingelegd. De ingelegde gelden worden collectief belegd en beheerd. De pensioenuitkeringen zijn afhankelijk van het beleggingsresultaat minus de uitvoeringskosten. In de uitkeringsfase wordt geen levenslange uitkering verzekerd, maar is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. Het voornemen is om de regeling uit te laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.Daarnaast hebben de belangenorganisaties de wens geuit dat het pensioenvermogen tot een maximum van twee maal de AOW als totaalbedrag niet hoeft te worden aangesproken om in aanmerking te komen voor bijstand. Conform eerder gemaakte afspraken wordt dit voor iedereen gerealiseerd (dus ook voor werknemers).Ook wordt de fiscale wetgeving zodanig aangepast dat lijfrenten bij arbeidsongeschiktheid van de zelfstandige kan worden opgenomen, zonder dat daarbij - zoals nu - revisierente is verschuldigd.Het kabinet streeft ernaar de wetsvoorstellen behorende bij deze plannen zo spoedig mogelijk aan de Tweede Kamer aan te bieden.(Brief van 15 januari 2014, referentie 2014-0000006462)