Versnelde verhoging AOW-leeftijd en overbruggingsregeling AOW

De Tweede Kamer heeft op 26 maart 2015 ingestemd met het wetsvoorstel versnelde verhoging AOW-leeftijd. Na invoering van het wetsvoorstel bedraagt de AOW-leeftijd al in 2018 66 jaar en in 2021 67 jaar (volgens de huidige wetgeving voorzien voor 2023). De versnelde verhoging van de AOW-leeftijd start in 2016. Met ingang van 2022 wordt de verhoging van de AOW-leeftijd afhankelijk van de levensverwachting. Een verhoging van de AOW-leeftijd wordt minimaal vijf jaar van tevoren aangekondigd. Dus met ingang van 1 januari 2017 wordt voor het eerst bezien wat de levensverwachting is en of dat reden is om de AOW-leeftijd in 2022 te wijzigen. Vervolgens zal deze toets jaarlijks plaatsvinden.

Versnelde verhoging AOW-leeftijd

 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Huidige wetgeving

65 en 1 mnd.

65 en 2 mnd.

65 en 3 mnd.

65 en 5 mnd.

65 en 7 mnd.

65 en 9 mnd.

66

66 en 3 mnd.

66 en 6 mnd.

66 en 9 mnd.

67

Stijging afhankelijk van levens-verwachting

Versnelde verhoging

65 en 1 mnd.

65 en 2 mnd.

65 en 3 mnd.

65 en 6 mnd.

65 en 9 mnd.

66

66 en 4 mnd.

66 en 8 mnd.

67

Stijging afhankelijk van levensverwachting

 

Ongewijzigd

Wijziging

Bij de stemming werden ook twee voorstellen om het wetsvoorstel te wijzigen en drie moties aangenomen. De belangrijkste motie ziet op verlenging van de zogenoemde overbruggingsregeling AOW. Deze regeling zorgt ervoor dat mensen met een laag (gezamenlijk) inkomen tussen hun 65e en de (nieuwe) AOW-leeftijd, die zich nauwelijks hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd, een bijdrage ontvangen. Het is de bedoeling de regeling te verlengen tot 1 januari 2023. Nu is de einddatum nog 1 januari 2019. Een andere aangenomen motie moet er voor zorgen dat de overbruggingsregeling ook wordt opengesteld voor personen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met VUT of prepensioen (zijn ge)gaan.
Door een wijzigingsvoorstel wordt het ook mogelijk om ouderdomspensioen, dat al vóór 1 januari 2016 is ingegaan, te laten variëren binnen de bandbreedte van 100:75. Voorwaarde is wel dat de mate van variatie uiterlijk is vastgesteld bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en 5 maanden.
(Kamerstukken II 2014/2015, 34 083, nrs. 2, 7, 10, 12, 13 en 14)