Op 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel herziening bedrag ineens aanvaard.
Met ingang van 1 januari 2029 kunnen belastingplichtigen bij pensionering maximaal 10% van hun pensioen of lijfrente (hierna: het pensioen) in één keer opnemen.
De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is in januari 2021 aangenomen door de Eerste Kamer. Doel van de wet is om meer keuzevrijheid te geven bij het benutten van het pensioen, door het mogelijk te maken dat bij pensionering maximaal 10% van het pensioen in één keer te kunnen opnemen als bedrag ineens.
Het oorspronkelijke wetsvoorstel is tijdens de behandeling in de Tweede Kamer gewijzigd vanwege de zogenoemde geboortedatumproblematiek. Mensen moesten vanwege hun geboortedatum een wisselende AOW-premie betalen in het jaar van pensionering. Dat werd als onrechtvaardig bestempeld. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer bleek dat deze extra mogelijkheid de administratie, communicatie en keuzebegeleiding voor pensioenuitvoerders bemoeilijkt. Om die reden aanvaardde de Kamer de motie-Oomen-Ruijten c.s. over het keuzerecht voor een bedrag ineens. Dit heeft geleid tot het de Wet herziening bedrag ineens.
(Eerste Kamer, EK 36 154, 16 juni 2026)
Noot:
Zie voor meer informatie onder meer: ‘Ingangsdatum Wet bedrag ineens wederom uitgesteld’, 8 april 2026)
(juli 2026)