Belastingpakket 2013 (IV)

29 mei 2013

Vraag:
Partners A en B gaan scheiden. Beiden zijn 50% eigenaar van de woning. De hypothecaire geldlening is in 2007 aangegaan voor een bedrag van € 220.000. Dat is ook de eigenwoningschuld per 31 december 2012. De woning is nu € 200.000 waard. De partner die in de woning wil blijven wonen heeft na de scheiding € 30.000 beschikbaar en wil dat bedrag gebruiken voor de (gedeeltelijke) financiering van de overname van het woningdeel van B. Bestaat het risico dat (een deel van) het bedrag van € 30.000 wordt toegerekend aan de bestaande eigenwoningschuld?

Antwoord:
Nee, dat risico bestaat naar onze mening niet. Belastingplichtigen hebben de vrijheid om bijvoorbeeld bedragen van aflossingen naar keuze toe te rekenen. Dat geldt ook voor de onderhavige situatie.
In deze voorbeeldsituatie heeft A een bestaande eigenwoningschuld van € 110.000 (€ 220.000 gedeeld door 2) en neemt de helft van de woning van B over voor € 100.000 (€ 200.000 woningwaarde gedeeld door 2). Die € 100.000 kan worden gefinancierd met € 30.000 eigen middelen en een (hypothecaire) geldlening van € 70.000. Die laatste lening moet volgens een schriftelijk overeengekomen ten minste annuïtair schema in maximaal 360 maanden worden afgelost om voor renteaftrek in aanmewrking te komen.
Samengevat voor partner A:
Bestaande eigenwoningschuld € 110.000 (rente aftrekbaar tot 2037)
Eigen middelen                           € 30.000
Annuïtaire lening                         € 70.000
                                                    ------------
Totaal:                                       € 210.000

Partner B blijft met een restschuld van € 10.000 zitten. De rente over die restschuld kan B gedurende maximaal tien jaar in aftrek brengen.

Deze rubriek wordt verzorgd door:
Fiscale Zaken SNS REAAL