Voortzetten van een kapitaalverzekering eigen woning (vervolgartikel)

    20 mei 2013

    Overstappen naar een andere productvorm

    In onze vorige bijdrage gingen we in op de mogelijkheden om een afgesproken bedrag binnen een bestaande kapitaalverzekering eigen woning (KEW) 1) te verhogen. Buiten de daar beschreven mogelijkheden gaat het overgangsrecht verloren en wordt de opgebouwde rente in de waarde van de verzekering belast. In deze bijdrage beschrijven we de (on)mogelijkheden als de klant wil overstappen naar een ander product. We maken daarbij onderscheid tussen drie situaties:

    1) Overstappen van een product met een gegarandeerde uitkering naar een product met een gegarandeerde uitkering;

    2) Overstappen van een product zonder een gegarandeerde uitkering naar een product zonder een gegarandeerde uitkering;

    3) Overstappen van een product met een niet-gegarandeerde uitkering naar een product met een gegarandeerde uitkering en andersom.

    Voor de verschillende situaties beschrijven we hoe getoetst moet worden of sprake is van ‘verhoging’ die tot verlies van overgangsrecht en belastingheffing leidt. Daarnaast hebben een stroomschema opgesteld waarin de aandachtspunten kort bij elkaar zijn gezet. Het stroomschema is hier te raadplegen.

    Algemeen

    Een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht voor de eigen woning (BEW) kan tijdens de looptijd worden voortgezet in een ander product. Dat blijft mogelijk na 31 december 2012 of 1 april 2013. Omzetting kan zonder belastingheffing, mits de waarde direct van de ene uitvoerder aan de andere wordt overgemaakt. Voor de inkomstenbelasting zijn het oude en het nieuwe product dan samen nog dezelfde KEW, SEW of BEW. Bij omzetting in een andere productvorm is het vooral de vraag hoe je de oude en de nieuwe overeenkomst met elkaar moet vergelijken.

    1. Van een gegarandeerde uitkering naar een gegarandeerde uitkering

    Voor elke uitkering moet op zichzelf worden bezien of het gegarandeerde bedrag na 31 december of 1 april is verhoogd. De hoofdregel bij het omzetten van een product met een gegarandeerde uitkering naar een ander product met een gegarandeerde uitkering is dan eenvoudig. Je vergelijkt het gegarandeerde bedrag van het oude product met het nieuwe gegarandeerde bedrag en zorgt dat het nieuwe bedrag niet groter is. In de praktijk doen zich op dit punt niet veel moeilijkheden voor. Een voorbeeld van een situatie die wel regelmatig tot vragen leidt, is het voortzetten van een kapitaalverzekering met winstdeling.

    Winstdeling

    Kapitaalverzekeringen met winstdeling zijn bijzonder in dit kader. Een verzekering met winstdeling heeft een gegarandeerde uitkering maar kan ook recht geven op niet gegarandeerde winstbijschrijvingen. De bijgeschreven winst wordt onderdeel van het gegarandeerde bedrag op het moment dat de winstdeling definitief is toegekend. Dat is geen verhoging die tot verlies van het overgangsrecht of belastingheffing leidt. 2) De winstdeling was ten tijde van het sluiten van de verzekering al onderdeel van de bestaande afspraak. De winstdeling is een automatische verhoging waar de klant zelf geen invloed op heeft.
    Daarmee is een verzekering met winstdeling in feite een verzekering die zowel een gegarandeerde- als een niet-gegarandeerde uitkering kent. Het vergelijken van verzekerde bedragen bij overstappen naar een ander product is hierdoor moeilijk. Hoe het precies moet, is niet beschreven in de vragen en antwoorden voor de Brede Herwaardering. 3) Maar daar valt wel uit af te leiden dat het de bedoeling is om rekening te houden met de te verwachten winstdeling. Misschien kan met een berekening onderbouwd worden dat de te verwachten uitkering niet groter wordt bij overstappen. Bijvoorbeeld door de Belastingdienst een prognoseberekening voor te leggen. In de prognoseberekening zou je dan uit kunnen gaan van de winstdeling die in het verleden is toegekend. Dat zou ons een redelijke werkwijze lijken.

    2. Van een niet-gegarandeerde uitkering naar een niet-gegarandeerde uitkering

    Uit de vragen en antwoorden van het Ministerie van Financiën volgt dat je voor het begrip ‘verzekerd’ of ‘gegarandeerd’ kapitaal  ‘de premies’ kunt lezen als een gegarandeerd bedrag ontbreekt. Bij omzetting van een product zonder gegarandeerde uitkering naar een gelijksoortig product is er
    geen gegarandeerd bedrag dat vergeleken kan worden. De premie voor de verschillende dekkingen is dan de maatstaf.

    Unit linked en universal life

    De dekking bij overlijden en de dekking bij leven worden afzonderlijk beoordeeld. Beide mogen niet worden verhoogd om het overgangsrecht te behouden. De premie van een unit linked verzekering, waarbij de premie aan de verschillende dekkingen is toe te rekenen, zal in de praktijk eenvoudig vast te stellen zijn. Echter beleggingsverzekeringen volgens het universal life principe kennen geen vaste premiecomponenten voor de uitkering bij leven en bij overlijden. In de universal life verzekeringsvorm worden tijdens de looptijd steeds andere bedragen uit de belegde waarde onttrokken. De verzekerde uitkering bij overlijden is in deze verzekeringsvorm immers afhankelijk van de waarde van de beleggingen op het moment van de onttrekking. Het verzamelbesluit voor kapitaalverzekeringen 4)  maakt geen onderscheid tussen universal life en unit linked producten. Het besluit gaat ervan uit dat de premiecomponenten voor de uitkering bij leven en overlijden duidelijk zijn. Bij universal life beleggingsverzekeringen is dit echter niet het geval. Om dit te ondervangen, zou volgens ons, een praktische methode toegepast moeten kunnen worden:

    Voorbeeld
    Bij voortzettingen van verzekeringen op basis van universal life, kiest de verzekeringnemer voor een lagere overlijdensdekking. Om te bepalen of er hierdoor sprake is van een verhoging van de uitkering bij leven, zou een prognoseberekening gemaakt kunnen worden. Het verwachte eindbedrag van de oude verzekering vormt dan de toetssteen om de maximale premie voor de nieuwe verzekering te bepalen. Je kiest vervolgens voor een premie die tot het verwachte eindbedrag van de oude verzekering leidt. Het verwachte eindbedrag van de nieuwe verzekering is dan niet hoger dan het verwachte eindbedrag in de oude verzekering. Om iedere twijfel uit te sluiten, zou de berekening vervolgens met de Belastingdienst afgestemd kunnen worden.

     

    Spaarrekening eigen woning (SEW)

    Zoals wij in onze vorige bijdrage al opmerkten, is het opmerkelijk dat de SEW door de Belastingdienst
    gezien lijkt te worden als een product zonder gegarandeerd bedrag. 5) Bij omzetting naar een nieuw
    product is de premie dan de maatstaf bij de toets of het verzekerde bedrag is verhoogd. Wij hebben
    de Belastingdienst hierover een vraag voorgelegd. 6) Het antwoord werken we uit in het volgende
    voorbeeld:

    Vraag:
    Een klant heeft een KEW Beleggen (niet gegarandeerd product) met een doelvermogen van € 150.000 (uitgaande van het voor het product gebruikelijke prognoserendement). De premie bedraagt € 150 per maand. De klant wil de KEW omzetten in een SEW (eveneens een niet gegarandeerd product). In dit geval mag de premie in beginsel niet worden verhoogd. Met andere woorden de premie dient te worden gefixeerd. Vervolgens wordt op basis van de reeds opgebouwde waarde en een standaard rekenrente van 4% het doelvermogen berekend voor de SEW en deze bedraagt eveneens € 150.000. Echter, uitgaande van de huidige rente op de SEW dient de premie dan € 175 te bedragen om dit doelvermogen te bereiken. De lijn van vraag en antwoord 4 van 26 april 2013 (overgangsregime KEW/SEW/BEW) doortrekkend zijn wij van mening dat een dergelijke aanpassing van de inleg is toegestaan zonder verlies van overgangsrecht. Onderschrijft u dit standpunt?
     
    Antwoord:
    In beginsel geldt dat de premie/inleg - in casu € 150 - per maand niet mag worden verhoogd. Verhoging naar € 175 per maand is in beginsel niet toegestaan; vraag en antwoord 4 heeft alleen betrekking op de werking van het besluit van 27 februari 2013 en ziet niet op het structurele overgangsregime.
     

    Verhoging van de inleg op grond van een normale- en gebruikelijke optieclausule is wel mogelijk. Als een dergelijke clausule onderdeel uitmaakte van de voorwaarden van de KEW, kan die ook worden geplaatst in de voorwaarden van de SEW-overeenkomst met de klant (de clausules moeten dan globaal met elkaar overeenkomen). Ook is verhoging toegestaan op grond van een clausule die de premie "automatisch" verhoogt als rentestand of rendement op enig toetsmoment duidelijk maakt dat het prognosekapitaal niet zal worden gehaald. Ook een dergelijk clausule mag mee worden overgenomen van de KEW naar de SEW. De Belastingdienst denkt echter dat een dergelijke clausule vrijwel alleen voorkomt bij posities met een gegarandeerd kapitaal.

    Of toch een gegarandeerd bedrag in de spaarrekening eigen woning?

    In de spaarrekening eigen woning is de einduitkomst meestal (min of meer) gelijk aan het geleende hypotheekbedrag. De inleg is daar op afgestemd. Door aan te nemen dat een SEW geen gegarandeerd bedrag kan hebben, halen klanten na omzetting mogelijk hun doelkapitaal niet. Zij blijven gebonden aan de inleg op het moment van de omzetting. Naar onze mening gaat dat voorbij aan de behoefte van de praktijk om een doelbedrag af te spreken. De klant krijgt nodeloos een beperking opgelegd of juist de mogelijkheid om voor de toekomst meer in te leggen. En dat terwijl uitvoerder en klant juist de afspraak hebben gemaakt om op te bouwen tot het bedrag van de schuld. Naar onze mening moet de eerbiedigende werking zoveel mogelijk ingenomen posities respecteren en niet –zoals nu gebeurt- nieuwe criteria in het leven roepen. Als de overeenkomst duidelijk aangeeft dat voor een afgesproken (gegarandeerd) bedrag wordt gespaard, moeten partijen die afspraak kunnen uitvoeren. Niet meer en niet minder.

    3. Van een niet-gegarandeerde uitkering naar een gegarandeerde uitkering en andersom

    Over de voortzetting van een KEW Beleggen naar een product met een gegarandeerde uitkering merkt de Belastingdienst op:

    ‘Als uit de gelijkblijvende premie een daadwerkelijk gegarandeerd kapitaal van de KEW 7) voortvloeit dat hoger is dan het prognosekapitaal op de KEW, leidt dat niet tot verlies van de eerbiedigende werking. Voor de rest van de looptijd van de KEW 8) vormt dan het gegarandeerde kapitaal de maatstaf voor de beoordeling of de eerbiedigende werking behouden blijft.’

    Het is dus niet bezwaarlijk als het doelkapitaal groter wordt, mits de inleg of premie gelijk blijft bij omzetting van een product zonder gegarandeerde uitkering naar een product met een gegarandeerde uitkering. De beoordeling of de eerbiedigende werking behouden blijft, is bij deze omzettingen uitsluitend mogelijk op basis van de betaalde premies. Uitgangspunt is ook hier dat zowel de premie voor de dekking bij overlijden als de premie voor de dekking bij leven ten minste gelijk blijven (zie hiervoor). Op die regel is één uitzondering: als voldaan wordt aan voorwaarden van het Ministerie van Financiën kan de totaalpremie gelijk blijven en kan een toets van de verschillende premiedelen achterwege blijven.

    Gelijkblijvende totaalpremie

    Als de klant de overstap maakt van een product zonder gegarandeerde uitkering naar een product met een gegarandeerde uitkering of andersom mag de premie niet worden verhoogd. Hoofdregel is dat je daarbij kijkt naar de premie voor de uitkering bij leven en overlijden afzonderlijk. Het Ministerie van Financiën heeft goedgekeurd dat de eerbiedigende werking echter ook behouden kan blijven als de totaalpremie in het kader van de omzetting niet wordt verhoogd, mits 9):
    a. Bij de omzetting geen verlenging van de premiebetalende periode plaatsvindt;
    b. De looptijd niet wordt verlengd;
    c. Het verzekerde lijf niet wordt gewijzigd; en
    d. Een nieuw verzekerd risico bij overlijden qua hoogte een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden is.

    Van een ‘normale en gebruikelijke’ verzekerde uitkering bij overlijden is bijvoorbeeld sprake bij een omzetting in een gemengde universal life verzekering 10) waarbij bij overlijden 90% of 110% van de waarde van de beleggingen wordt uitgekeerd. Een verzekerd gegarandeerd bedrag dat gelijk is bij leven op de einddatum en bij eerder overlijden, is ook normaal en gebruikelijk. Het zelfde geldt voor een dekking in de vorm van restitutie van betaalde premies bij overlijden. Deze opsomming is niet uitputtend bedoeld. Wij denken dat een dekking gelijk aan het bedrag van een hypothecaire schuld of leningdeel ook als ‘normaal en gebruikelijk’ kan kwalificeren.

    Voorbeeld
    Een spaarhypotheekverzekering kent een gegarandeerde verzekerde uitkering van € 150.000 bij in leven zijn op de einddatum en bij eerder overlijden. De totale premie bedraagt € 150 per maand, waarvan € 125 voor de verzekerde uitkering bij leven en € 25 voor de uitkering bij overlijden. De verzekering wordt fiscaal geruisloos voortgezet in een beleggingsverzekering waarbij de premie € 150 per maand blijft en de verzekerde, de looptijd en de premiebetalende periode niet wordt gewijzigd. Bij deze voortzetting is geen sprake van een verhoging, als in de nieuwe verzekering gekozen wordt voor een dekking van 90% van de waarde van de verzekering bij overlijden.

     

    Omzetting van een verzekering met een gegarandeerd bedrag in een beleggingsverzekering

    Voor de omzetting van een verzekering met een gegarandeerde uitkering in een beleggingsverzekering is er nog een goedkeuring. Naast de hiervoor beschreven goedkeuring. Bij de omzetting van een verzekering met een gegarandeerd bedrag in een beleggingsverzekering mag ook met een prognoseberekening aangetoond worden dat het verzekerde bedrag niet is verhoogd. Bijvoorbeeld als bij de omzetting de dekking bij overlijden naar nihil wordt verminderd. 11) De eerbiedigende werking kan dan behouden blijven als:
    a. De totaalpremie niet wordt verhoogd; en
    b. Uit een prognoseberekening blijkt dat op basis van de totale premie voor de beleggingsverzekering het verwachte bedrag ten hoogste gelijk of lager is dan het in de euroverzekering gegarandeerde verzekerde kapitaal bij leven. 12)

    Als uit de prognoseberekening blijkt dat het verwachte bedrag bij leven hoger uitkomt dan het gegarandeerde verzekerde bedrag bij leven, moet de nieuwe premie zodanig worden verlaagd dat het fictieve verwachte bedrag bij in leven zijn op de einddatum niet groter is dan het gegarandeerde bedrag van de euroverzekering. De prognoseberekening moet plaatsvinden op basis van de kostenstructuur zoals deze voor de nieuwe beleggingsverzekering geldt en op basis van de door de verzekeringnemer gekozen dekking bij overlijden. Als prognoserendement moet worden uitgegaan van het nettorendement dat in de om te zetten euroverzekering werd gegarandeerd. 13) Als inbrengwaarde van de euroverzekering moet de volledige waarde van het gegarandeerde verzekerde kapitaal worden aangemerkt. 14)
    Klanten die alleen een uitkering bij leven willen, zouden van deze goedkeuring gebruik kunnen maken. Bijvoorbeeld als zij een het overlijdensrisico met een nieuwe verzekering willen afdekken.
    In de praktijk komen we deze toets echter vrijwel niet tegen. Zelden wordt voor een lagere dekking bij overlijden dan 90% van de waarde van de verzekering gekozen.

    Meenemen optieclausules of productkenmerken

    Een bestaande verzekering kan optieclausules of productkenmerken hebben die het mogelijk maken om de gegarandeerde uitkering te verhogen. Over het voortzetten van een bestaand product met een gegarandeerde uitkering in een product zonder gegarandeerde uitkering hebben wij de onderstaande vraag aan de Belastingdienst voorgelegd.

    Voorbeeld: Vraag aan de Belastingdienst
    Cliënt heeft een KEW (gegarandeerd product) met een eindkapitaal van € 200.000. De inleg bedraagt € 200 per maand. Cliënt wenst het product om te zetten in een SEW (niet gegarandeerd product). In dat geval mag de inleg in beginsel niet worden verhoogd. Oftewel rekening houdend met het reeds opgebouwde kapitaal en een inleg/premie van € 200 wordt het doelvermogen bepaald van de SEW. Stel dat deze ook € 200.000 bedraagt. Op een later moment wijzigt het rentepercentage van de hypothecaire geldlening en daarmee ook het rentepercentage dat wordt vergoed in de SEW. Als gevolg van de rente is in dat geval echter een premie noodzakelijk van € 225. De lijn van vraag en antwoord 4 van 21 maart 2013 (overgangsregime KEW/SEW/BEW) doortrekkend zijn wij van mening dat een dergelijke aanpassing van de inleg is toegestaan zonder verlies van overgangsrecht. Onderschrijft u dit standpunt?
    Antwoord Belastingdienst
    Zie het antwoord op de vraag hiervoor. Omdat in de casus wordt overgegaan van "gegarandeerd"  naar "niet-gegarandeerd" moet inderdaad ook hierbij op het niveau van de premie/inleg worden vergeleken. Dat betekent dat in beginsel de inleg niet mag worden verhoogd. Ik verwacht dat de KEW met gegarandeerd kapitaal een clausule kende op grond waarvan de premies automatisch worden verhoogd bij een lagere rentevergoeding. Als dat zo is, kan die clausule worden overgenomen naar de SEW en is inlegverhoging op grond daarvan mogelijk. Die clausule richt zich dan uiteraard niet meer op de hoogte van een gegarandeerd kapitaal, maar op het "doelvermogen" in het voorbeeld.

     

    Ook bij het omzetten van een bestaand product in een nieuw product mogen bestaande afspraken  behouden blijven. Optieclausules of productkenmerken die verhogen mogelijk maken, kun je dus meenemen naar het nieuwe product. Het nieuwe product moet vergelijkbare voorwaarden hebben. Of de nieuwe uitvoerder moet bereid zijn om oude voorwaarden over te nemen. Dat zal in de praktijk vaak niet mogelijk zijn omdat de meeste uitvoerders werken met gestandaardiseerde producten. En kiezen voor een nieuw product met meer mogelijkheden, kan ook tot verhogen (in de toekomst) leiden. Mocht het wel mogelijk zijn om de oude voorwaarden te behouden, is het goed om te weten dat de Belastingdienst daar geen probleem van zal maken.

    Slot

    In onze vorige bijdrage hebben we beschreven welke mogelijkheden een klant binnen een bestaande overeenkomst heeft. Met deze bijdrage willen we het overzicht compleet maken door te beschrijven wat nog mogelijk is bij de overgang naar een ander product. De beide artikelen samen geven zo een beeld van het overgangsrecht voor kapitaalverzekeringen. Daar waar we denken dat nog onduidelijkheden of knelpunten bestaan, hebben we die zoveel mogelijk willen benoemen. Met het stroomschema zou het nu mogelijk moeten zijn om voor verschillende situaties na te gaan onder welke voorwaarden de oude regels behouden kunnen blijven.

    1) Waar we spreken over de kapitaalverzekering eigen woning is daarmee zoveel mogelijk ook de spaarrekening eigen woning of het beleggingsrecht eigen woning bedoeld.

    2) Vragen en antwoorden Brede Herwaardering, C.10.

    3) Vragen en antwoorden Brede Herwaardering C.13.

    4) Ministerie van Financiën, besluit van 28 april 2009, nr. CPP2008/1118M, Stcrt. Nr. 90.

    5) Kennisgroep Verzekeringsproducten Belastingdienst, Vragen en antwoorden 26 april 2013.

    6) Kennisgroep Verzekeringsproducten Belastingdienst, e-mail van 22 april 2013.

    7)  In de e-mail staat ‘SEW’ maar dat lijkt een verschrijving gelet op de vraagstelling.

    8) In de e-mail staat ‘SEW’ maar dat lijkt een verschrijving gelet op de vraagstelling.

    9) Ministerie van Financiën, besluit van 28 april 2009, nr. CPP2008/1118M, Stcrt. Nr. 90, paragraaf 7.5.2.

    10) Een verzekering die uitkeert bij in leven zijn op een bepaalde datum of bij eerder overlijden.

    11) Ministerie van Financiën, besluit van 28 april 2009, nr. CPP2008/1118M, Stcrt. Nr. 90, paragraaf 7.5.3.

    12) Inclusief de opgebouwde respectievelijk de bij aanvang of latere aanpassing van de euroverzekering gegarandeerde winstrechten.

    13) Als voor een euroverzekering bij aanvang of latere wijziging van de verzekering sprake is geweest van een winstgarantie moet als prognoserendement worden genomen het nettorendement dat ten grondslag heeft gelegen aan de winstgarantie.

    14) Inclusief toegekende winstdeling.

    Reacties

    Het Ministerie van Financiën heeft goedgekeurd dat de eerbiedigende werking echter ook behouden kan blijven als de totaalpremie in het kader van de omzetting niet wordt verhoogd, mits 9): a. Bij de omzetting geen verlenging van de premiebetalende periode plaatsvindt; b. De looptijd niet wordt verlengd; c. Het verzekerde lijf niet wordt gewijzigd; en d. Een nieuw verzekerd risico bij overlijden qua hoogte een normale en gebruikelijke verzekerde uitkering bij overlijden is. Graag verneem ik waar ik deze goedkeuring kan vinden.