De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de Eerste Kamer op 29 januari 2026 per brief geïnformeerd “dat het niet langer haalbaar is om het keuzerecht bedrag ineens per 1 juli 2026 in werking te laten treden, gegeven dat de sector een voorbereidingstijd van zes tot negen maanden nodig heeft.” De Eerste Kamer heeft vragen gesteld over een eventueel uitstel van het keuzerecht tot na de uiterste transitiedatum. Ook zijn vanuit de pensioensector hierover zorgen geuit. Het demissionaire kabinet laat de keuze over een nieuwe inwerkingtredingsdatum over aan het nieuwe kabinet.
De commissie voor SZW heeft besloten de brief van de minister van SZW van 29 januari 2026 voor kennisgeving aan te nemen. De commissie wenst het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens pas plenair te behandelen zodra het nieuwe kabinet duidelijkheid geeft over het moment van inwerkingtreding van de wet, ook in relatie tot de transitie van het pensioenstelsel.
(Eerste Kamer, Kamerstukken EK 36 154 J, 10 februari 2026)
(maart 2026)