Fiscale behandeling van woningen als beleggingsobject

De staatssecretaris van Financiën Snel heeft gereageerd op vragen van het Kamerlid Nijboer over de fiscale behandeling van woningen die als beleggingsobject worden gehouden.Gevraagd naar de componenten van het rendement bij dergelijke woningen, geeft Snel aan dat het gaat om de huurinkomsten - waarbij de kosten in aftrek moeten worden gebracht - en gerealiseerde verkoopopbrengsten. Er zijn diverse belastingen verschuldigd: inkomstenbelasting, onroerendezaakbelasting en bij aankoop overdrachtsbelasting. Niet-bedrijfsmatig gehouden woningen worden in box 3 belast.De staatssecretaris legt vervolgens uit hoe de heffing in box 3 verloopt. De woning maakt onderdeel uit van de rendementsgrondslag in box 3 en zodra die rendementsgrondslag hoger is dan het heffingvrij vermogen, wordt het meerdere forfaitair belast. Een woning wordt in box 3 in aanmerking genomen voor de WOZ-waarde met als waardepeildatum 1 januari van het jaar vóór het jaar van aangifte. Bij verhuur onder de huurbeschermingsregels wordt een percentage van de WOZ-waarde gehanteerd.Vervolgens werkt de staatssecretaris diverse scenario’s uit voor beleggen in woningen in box 3, box 1 en via en BV.Op de vraag of Snel bereid is om portefeuilles die meer dan drie woningen bevatten automatisch in box 1 te belasten, geeft hij aan dat de Wet inkomstenbelasting 2001 een duidelijke rangorde kent. Wel wordt op dit moment onderzoek gedaan naar een andere wijze van belastingheffing over huurinkomsten uit onroerende zaken (naar aanleiding van vragen van Kamerlid Omtzigt en het Eerste Kamerlid Ester).De behandeling van beleggingen in woning is niet anders dan andere beleggingen. Snel is niet bereid om de overdrachtsbelasting voor derde en verdere woningen te verhogen naar 10 procent en die van starters terug te brengen naar 0 procent. Dit maakt de overdrachtsbelasting zeer complex.Voor de effecten van het opkopen door buitenlandse investeerders van woningen, verwijst de staatssecretaris naar onderzoek dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties laat uitvoeren naar deze problematiek.(Brief staatssecretaris van Financiën, 12 maart 2019, kenmerk 2019-0000033537)(april 2019)