FA Nieuwsbrief juli 2020

Jaargang 9 nummer 1

In deze Financieel Actief Nieuwsbrief:

Pensioen en Lijfrente

Gesprekken tussen kabinet en sociale partners over pensioenakkoord afgerond | Kort bericht

Kapitaalverzekeringen

Actieve informatieplicht bij (fiscale) wetswijziging | Kort bericht

Lijfrente

Tarief loonheffing bij afkoop lijfrente | Artikel

Eigen woning

Betaalpauze eigenwoningschuld verlengd tot 1 oktober 2020 | Kort bericht

Sparen en beleggen

Stand van zaken aanpassing box 3 | Kort berichtHerziening van het beslag- en executierecht aangenomen door Eerste Kamer | Kort bericht

Wetgeving in parlement

Op de hoogte blijven van de laatste parlementaire ontwikkelingen? Kijk dan bij het overzicht (financiële) wetgeving in parlement en recent aangenomen wetgeving. Hoewel bij deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, aanvaarden auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele (druk-)fouten en/of onvolkomenheden.

Artikelen
Korte berichten

Gesprekken tussen kabinet en sociale partners over pensioenakkoord afgerond

Afgelopen maand zijn de gesprekken afgerond tussen het kabinet en de sociale partners rond de uitwerking van het pensioenakkoord. Ook heeft minister Koolmees op 22 juni 2020 de hoofdlijnennotitie pensioenen naar de Tweede Kamer gestuurd. Op dit moment zijn nog niet alle details bekend maar de hooflijnennotitie pensioenen geeft wel een inkijkje in de gemaakte afspraken en daarmee zijn een aantal belangrijke aspecten van het akkoord al duidelijk: pensioenaanspraken worden losgelaten en de het gebruik van een rekenrente en dekkingsgraden vervalt. De bedoeling is om het toekomstige stelsel transparanter, duidelijker uitlegbaar en persoonlijker te maken. Naar alle waarschijnlijkheid wordt – indien het FNV-ledenparlement met het akkoord instemt - in de zomer de hoofdlijnennotitie in de Tweede Kamer besproken en wordt meer duidelijk over de precieze invulling van het nieuwe pensioenstelsel.

Noot:

Een opvallende keuze in het nieuwsbericht van het kabinet is dat ook dit jaar eventuele kortingen van pensioenen worden uitgesteld. Volgens het kabinet is deze beslissing genomen vanwege de uitzonderlijke economische situatie. Het uitstellen van kortingen betekent eigenlijk het doorschuiven ervan naar toekomstige generaties. Deze generaties krijgen al te maken met, in verhouding, een erg versoberde pensioenopbouw. Deze keuze lijkt daarnaast in te druisen tegen een transparanter en persoonlijker toekomstig pensioenstelsel: zoals hierboven genoemd, toekomstige generaties opzadelen met lasten die in vroegere jaren zijn ontstaan. De vraag ontstaat of eerder uitgestelde kortingen dan ook weer worden ingehaald zodra het goed gaat met de economie. Ook geeft de hoofdlijnennotitie een inkijkje hoe het nieuwe pensioenstelsel er mogelijk uit komt te zien en geeft inzicht in de tijdslijnen voor invoering van het nieuwe pensioenstelsel. Alleen is daarbij wel op te merken dat deze notitie met name geschreven lijkt voor de ‘problematiek’ bij de Pensioenfondsen. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de paragraaf over de pensioenregelingen ondergebracht bij pensioenverzekeraars op het laatst van de onderhandelingen nog is ingebracht. Hier zitten naar onze mening namelijk nog veel onduidelijkheden in die ‘nog nader uitgewerkt moeten worden’ en ook over de ‘compensatie’ voor 40+ers is naar onze mening niet goed nagedacht. Daarnaast vragen wij ons af of de insteek dat het nieuwe pensioenstelsel duidelijker en beter uitlegbaar moet zijn voor de deelnemers op deze manier wordt gehaald.Tot slot is het nog afwachten of het FNV-ledenparlement instemt met de uitwerking van het pensioenakkoord.(Rijksoverheid, ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid, https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/06/12/kabinet-en-sociale-partners-hebben-gesprekken-uitwerking-pensioenakkoord-afgerond en https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/documenten/publicaties/2020/06/22/hoofdlijnennotitie-pensioenakkoord)(juli 2020)

Actieve informatieplicht bij (fiscale) wetswijziging

Een man en een vrouw hebben in 2008 voor hun woning een hypothecaire geldlening afgesloten van € 662.000. Het is een product waarbij via sparen (Spaarrekening Eigen Woning, SEW) of beleggen (Beleggingsrekening Eigen Woning, BEW) een kapitaal kan worden ‘gespaard’ voor de (gedeeltelijke)  aflossing van de schuld op de einddatum. De vrouw is werkzaam bij de bank waarbij de lening is afgesloten.De rente voor de SEW is gelijk aan de te betalen hypotheekrente. De hypotheekrente - van 5,1% - is voor 30 jaar vastgezet.Bij aanvang hebben de man en de vrouw gekozen voor beleggen met een zeer offensief ‘aanvangsdoelrisicoprofiel’. Op 7 februari 2012 vindt een adviesgesprek plaats. Daarin is geadviseerd om de premie te verhogen zodat de volledige fiscale vrijstelling zou worden benut. Dit advies is door de man en de vrouw niet opgevolgd. Op 13 november 2012 vindt opnieuw een gesprek plaats. In het klantdossier is daarover vastgelegd dat de man en de vrouw alles bij het oude willen houden. Ook op 14 december 2015 vindt een gesprek plaats. Daarin is onder meer gesproken over het herzien van de rente. In een document van de bank van dezelfde datum met de verwachte vermogensontwikkeling meldt de bank dat tot 1 april 2013 het bedrag voor  de opbouwen op de spaarrekening kon worden verhoogd en daarna niet meer. Op 3 oktober 2018 kiezen de man en de vrouw ervoor om het kapitaal op te bouwen door te sparen (en dus te stoppen met beleggen).Op 21 oktober 2018 melden zij de bank schriftelijk uitgebreid waarom zij hun inleg willen verhogen, maar dat de bank hen niet eerder heeft geïnformeerd dat dit niet meer mogelijk is. De bank wenst alleen mee te werken aan oversluiten als een boeterente van ruim € 83.000 wordt betaald. De man en de vrouw stellen daarnaast dat zij €100.000 aan rente-inkomsten mislopen op de spaarhypotheek.Bij de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening van het KIFID vorderen de man en de vrouw compensatie door de bank voor de geleden schade van € 100.000,- door voor het vroegtijdig openbreken van het rentecontract van de hypotheek geen boeterente in rekening te brengen.De Geschillencommissie geeft aan dat de bank niet kan volstaan met het delen van algemene informatie via de website. Het takenpakket van de vrouw leidt er niet toe dat zij over de kennis van commerciële voorwaarden van hypothecaire geldleningen beschikt. Daarnaast hebben de man en de vrouw gemotiveerd aangegeven dat zij in 2013 de inleg hadden kunnen verhogen.De commissie oordeelt dat op grond van artikel 4:20 lid 3 Wet op het financieel toezicht (Wft) de bank verplicht is actief informatie te verstrekken. Dit houdt in dat de bank de informatie moet ‘brengen’ naar haar klanten. Met “het enkel publiceren van de informatie op de website voldoet de Bank niet aan de eis van actieve informatieverstrekking”.De schadevordering wordt wel afgewezen. De man en de vrouw hebben aangegeven dat als zij eerder op de hoogte waren geweest van de gevolgen van de fiscale wetswijziging zij ‘vrijwel zeker’ de inleg hadden verhoogd of ‘had het voor de hand gelegen’ dat zij daarvoor hadden gekozen. Volgens de commissie kan niet uit het dossier worden afgeleid dat zij een dergelijke stap zouden hebben gezet.De conclusie van de commissie is dat de klacht weliswaar gegrond is, maar dat de daarop gebaseerde vordering niet kan worden toegewezen.(Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, 8 juni 2020, nr. 2020-481)(juli 2020) 

Betaalpauze eigenwoningschuld verlengd tot 1 oktober 2020

De staatssecretaris van Financiën heeft de periode waarin een betaalpauze voor de rente en aflossing van een eigenwoningschuld mogelijk is, verlengd. De belastingplichtige moet nu de (dreigende) betalingsproblemen in verband met het Coronavirus uiterlijk 30 september 2020 melden bij de geldverstrekker. De betaalpauze moet uiterlijk 1 oktober 2020 ingaan.(Besluit staatssecretaris van Financiën van 16 juni 2020, nr. 2020-109040)

Noot:

Zie voor de voorwaarden het eerdere Korte bericht op Financieel Actief.(juli 2020)

Stand van zaken aanpassing box 3

De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst heeft op 26 juni de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de stand van zaken omtrent de eerder voorgestelde aanpassing van box 3.Op 6 september 2019 heeft de toenmalige staatssecretaris aangegeven wat de aanpassing van box 3 zou gaan inhouden. Het was de bedoeling om op de kortere termijn belastingplichtigen met vooral of uitsluitend spaargeld tegemoet te komen. Daarbij bleef het forfaitaire stelsel in stand. Voor de langere termijn is toegezegd om “meer fundamentele beleidsopties uit te werken op terrein van het belasten van vermogen, mede in samenhang met ander vermogen en andere vermogensinkomsten”. Dit is gedaan in de recent gepubliceerde Bouwstenen voor een beter belastingstelsel.Het voorstel van de vorige staatssecretaris heeft geleid tot veel reacties uit de samenleving, van individuele burgers tot brancheorganisaties en de AFM. Hoewel sprake is van brede steun voor het tegemoet komen van spaarders, is er kritiek op de herverdeling ten nadele van belastingplichtigen die relatief veel overige bezittingen of schulden in box 3 hebben met relatief lage werkelijke rendementen. De kern van de kritiek is dat door de aanpassingen kleine beleggers zich gedwongen voelen in zeer risicovolle beleggingen te stappen.Het kabinet concludeert dat het voorstel van 6 september 2019 tegemoet komt aan de belangen van alle spaarders, maar andere groepen onevenredig benadeelt. Dit leidt tot onevenwichtige uitkomsten. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om op de langere termijn het box 3 stelsel te hervormen.De staatssecretaris onderzoekt de mogelijkheden om een groot deel van de spaarders en de relatief kleine beleggers op korte termijn tegemoet te komen. Het streven is om op Prinsjesdag een concreet voorstel aan te bieden.In de brief gaat de staatssecretaris Vijlbrief ook nog in op het advies inzake de box 3-heffing voor de jaren 2013-2016 van 9 maart 2020 van de heren prof. mr. T. Barkhuysen, mr. P.J. van Amersfoort en prof. mr. R.H. Happé, en de notitie van het CPB over Rendementen op spaargeld en staatsobligaties 2013-2016 van maart 2020. De voorlopige conclusie van Vijlbrief is dat “op basis van het deskundigenadvies en de notitie van het CPB […] - kort gezegd - dat hieruit geen eenduidig beeld naar voren komt of, en zo ja in hoeverre er in de jaren 2013-2016 sprake was van een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden”. Dit vraagt nadere bestudering. Op Prinsjesdag volgt de kabinetsreactie.(Brief staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, 26 juni 2020, kenmerk  2020-0000121324)(juli 2020)

Herziening van het beslag- en executierecht aangenomen door Eerste Kamer

Het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht is zonder beraadslaging en stemming aangenomen door de Eerste Kamer.Doelen van de wijzigingen zijn om te voorkomen dat een schuldenaar door het beslag niet meer in zijn bestaansminimum kan voorzien, om het beslag- en executierecht efficiënter en eenvoudiger te maken en om te voorkomen dat een beslag puur als pressiemiddel wordt gebruikt. Daartoe wordt het beslag- en executierecht op een aantal punten gewijzigd. Zo wordt bijvoorbeeld een beslagvrij bedrag bij beslag op een bankrekening ingevoerd.(www.eerstekamer.nl, 2 juni 2020)(juli 2020)

Korte berichtenlabel

Korte berichten